Normen als bron van stress en onrust

In deze les leer je wat de rol van normen is bij het opbouwen van stress en onrust.

Als je geboren wordt, mag je feitelijk alles nog. Je gaat huilen als je wilt eten, huilen als je aandacht wilt en huilen als je moe bent. En voor de rest vermaak je je met de dingen in je directe omgeving. Al snel kom je erachter dat je niet altijd precies krijgt wat je wilt, maar ook dat bepaalde trucjes erg goed werken. Misschien merk je wel dat je aandacht krijgt als je breed lacht, of dat je niet aan iemands haar moet blijven trekken omdat je dan in de box wordt gelegd.

Vanaf dat moment ga je bepaalde ‘regels’ voor jezelf opstellen. Je krijgt verwachtingen die je voor jezelf moet waarmaken. Die zijn bij iedereen anders, maar iedereen heeft een flinke set van die persoonlijke normen. En ze zijn een enorme drijfveer voor je, zelfs op momenten dat je dit misschien niet doorhebt. Of misschien juist als je het niet doorhebt, want dan sturen ze je zonder dat je het merkt (en dus zonder dat je kunt bijsturen).

Voorbeelden van normen:

  • Ik moet presteren.
  • Ik mag mezelf niet op de borst kloppen.
  • Ik mag niet afgaan.
  • Ik mag niet onaardig zijn.
  • Ik moet rekening houden met andere mensen.
  • Ik moet mijn best doen.
  • Ik mag niet saai zijn.
  • Ik moet dingen onder controle hebben.
  • Ik mag niet zeuren.
  • Ik mag alleen maar dingen zeggen waarvan ik zeker weet dat ze kloppen.
  • Ik mag geen mensen teleurstellen.

Er zijn honderden normen te bedenken. Zodra een norm je gevoelsmatig raakt (bijvoorbeeld omdat je hem belangrijk vindt of er moeite mee hebt), is de kans groot dat hij relevant voor je is.

Normen en waarden

Normen en waarden worden vaak in één adem genoemd. Ze hebben dan ook veel met elkaar te maken. Toch kunnen ze een verschillend effect hebben. Om ze uit elkaar te kunnen houden, volgen hier twee overeenkomsten en twee verschillen.

Overeenkomsten:

  • Zowel je normen als je waarden zijn deel van jou. Je vindt ze de normaalste zaak van de wereld totdat je erachter komt dat iemand anders heel andere normen en waarden kan hebben dan jij.
  • In verschillende fases van je leven kunnen verschillende normen en waarden op de voorgrond treden. Maar in veel gevallen blijft je ‘totaalpakket’ aan normen en waarden je hele leven aanwezig.

Verschillen:

  • Waarden geven aan wat voor jou belangrijk is. Ze zijn een vlammetje dat in jou brandt, iets waarnaar je streeft en waar je je voor in wilt zetten. Er zit geen oordeel aan vast. Normen geven aan wat er van jou ‘niet mag’ of wat er ‘altijd moet’. Daaraan zit al snel een oordeel gekoppeld. Er is een lat die je moet halen.
  • Je eigen waarden in ere houden geeft rust, energie en houvast. Zelfs als het confrontaties veroorzaakt: je weet dat deze dingen voor jou kloppen. Probeer je kost wat kost aan je normen te voldoen (of verwacht je van anderen dat ze volledig aan je normen voldoen), dan kost dat veel energie.

De opbrengst van je normen

Je ouders of opvoeders spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van je normen. Dat hoef je ze niet kwalijk te nemen, want zij geven door wat ze zelf hebben geleerd. Een kind opvoeden zonder dat het normen meekrijgt, is onmogelijk. Bovendien is het een goede zaak dat je als mens normen hebt. Ze geven je karakter. En drijfveren, een reden om ’s ochtends je bed uit te komen. De norm ‘ik moet altijd mijn best doen’ zorgt er bijvoorbeeld voor dat je meer bereikt. En zo heeft elke norm je al een hoop opgeleverd. Voordat je ontdekt hoe je normen voor onrust zorgen, is het dus belangrijk om te beseffen dat je je normen niet kwijt wilt (en ze ook niet hoeft te verliezen).

Je ouders zijn natuurlijk niet de enigen die je beïnvloeden. Ze zeggen weleens dat je tot je twintigste bezig bent om normen toe te voegen – en dan de rest van je leven probeert om voldoende ruimte te creëren voor jezelf en alles een goeie plek te geven. Behalve je ouders/opvoeders zullen ook je vrienden, je leraren, je partner(s), je familieleden, je kinderen, je collega’s en andere belangrijke mensen zorgen dat jij je bepaalde normen eigen maakt. Ze worden zo vertrouwd dat je ze niet eens meer allemaal zou kunnen opnoemen.

De drang om vast te houden aan je normen

Normen hebben is niet altijd prettig of gemakkelijk. De kans is groot dat je ze ook weleens op een onhandige manier tegenkomt. Je verantwoordelijk opstellen is natuurlijk prima, maar als je dat ook doet op feestjes van anderen of in andere situaties waar je helemaal niet verantwoordelijk bént, dan kun je veel energie verspillen en mensen tegen je in het harnas jagen. Vaak heb je dit niet door, omdat jouw normen zo normaal zijn voor je dat ze je niet opvallen. Zelfs als je je ervan bewust bent dat je altijd de afwas staat te doen op een feestje terwijl iedereen je vraagt of je er gezellig bij komt zitten, valt het niet mee om ermee te stoppen.

Waarom kun je je norm en het bijbehorende gedrag op zo’n moment niet loslaten? Heel simpel gezegd: je denkt dat je alleen bent wie je hoort te zijn, als je die normen hoog weet te houden. Ben je niet wie je moet zijn, dan zullen mensen je afwijzen (vertelt jouw stemmetje binnen in je). Dat is enorm onveilig, want als iedereen je afwijst, word je buitengesloten en dat overleef je niet. Zo voelt het. Je normen zijn ‘standaard geprogrammeerd’ bij je omdat ze je een veilig gevoel geven.

Tegenwoordig zijn er in onze maatschappij natuurlijk allerlei vangnetten, maar in onze ‘oersituatie’ overleefde je het echt niet in je eentje. Mensen zijn groepsdieren en een dier dat uitgestoten wordt uit de groep redt het meestal niet. Het is dus een heel wezenlijke behoefte om geaccepteerd te worden. En even los van die oerbehoefte vind je het waarschijnlijk ook helemaal geen leuk idee om afgewezen of afgekeurd te worden. Dus handhaaf je je normen, want die zijn je houvast om te zorgen dat je bent zoals je denkt dat je moet zijn om geaccepteerd te worden door jouw kring mensen.

Ego en schaduw

In de psychologie wordt wel gesproken van ‘ego’ en ‘schaduw’. Je ego is het deel van jezelf dat je graag toont aan de buitenwereld. In je schaduw zitten de eigenschappen van jezelf die je liever verborgen houdt. Egoïsme bijvoorbeeld, of luiheid. Soms doe je dat al zo lang dat je zelf niet meer weet dat je die eigenschappen hebt. Als je met die kanten van jezelf geconfronteerd wordt, kan dat behoorlijk ongemakkelijk zijn.

De eigenschappen uit je schaduw zijn niet weg, alleen weggedrukt. Je ziet ze het gemakkelijkst via anderen. Als je je stoort aan mensen, is de kans groot dat ze gedrag vertonen dat in jouw schaduw zit. En als je overdreven reageert in een situatie, is de kans ook groot dat je schaduw geraakt wordt en dat je je daartegen verzet.

De dingen die ‘echt niet kunnen’ en die over het onveilige deel van jezelf gaan, hebben een flinke aantrekkingskracht op ons. Zo kom je namelijk in contact met verborgen kanten van jezelf, dus ook met verborgen verlangens. Daarom willen mensen alles weten van vreemde sektes, kijken naar horrorfilms, bizarre kunst bekijken of in roddelbladen lezen over uitspattingen van andere mensen.

Je normen hebben een duidelijk verband met de schaduw: ze zijn geschreven of ongeschreven regels die voorkomen dat je iets laat zien wat naar je schaduw verbannen is. Zo probeer je de ‘slechte’ eigenschappen en slecht gedrag in de hand te houden.

Stress en onrust

De hele dag door zijn er momenten dat je niet aan (al) je normen kunt voldoen. Dat zijn kleine speldenprikjes die onrust veroorzaken, vaak ongemerkt. Heel af en toe gaat er iets opvallend duidelijk naar je zin, maar meestal is het subtieler. Al die speldenprikjes tellen bij elkaar op, tot je onrust voelt. Of stress. Je krijgt het gevoel dat jij of je leven niet goed genoeg zijn. Waarom, dat weet je niet altijd precies te benoemen. Over het algemeen zijn er dan twee routes die mensen willen bewandelen: nóg harder aan hun normen proberen te voldoen (misschien ben ik dan goed/leuk genoeg?) en/of het onrustige gevoel dempen. In beide gevallen neemt de stress toe.