Andere strategieën ontwikkelen

In deze les ga je aan de slag met het ontwerpen van nieuwe strategieën voor situaties die veel stress opleveren.

Stel dat je normen je houvast zijn om geaccepteerd te worden door de mensen om je heen. Dat is geen objectieve waarheid, maar zo voelt het wel. Dat maakt dat je manieren zult verzinnen om je normen te tonen en eraan te voldoen. Elke dag weer. Die manieren kun je ‘strategieën’ noemen.

Bij elke norm zul je een hele serie strategieën hebben bedacht voor je dagelijks leven. Kleine handelingen en grote, die allemaal bijdragen aan het waarmaken van je norm. Om je een indruk te geven van wat strategieën zijn, volgt hier een aantal mogelijke strategieën bij de norm ‘ik moet altijd mijn best doen’.

  • Altijd je huiswerk helemaal afmaken, ook al wordt het nachtwerk. Als kind op school, maar ook later in je leven, bijvoorbeeld als je iets moet voorbereiden voor een vergadering of als je een cursus volgt.
  • Eindeloos proberen om je relatie te redden, ook als je partner zegt dat het niets gaat worden.
  • Nadrukkelijk hijgen en verwilderd kijken als je te laat binnenkomt, om te laten zien dat je je uiterste best hebt gedaan om op tijd te zijn (wat helaas toch is mislukt, maar niet omdat je het niet hebt geprobeerd!).
  • Protesteren als iemand zegt dat je ergens niet je best op hebt gedaan (of het nu waar is of niet).
  • Als je iets beloofd hebt en je kunt het niet waarmaken, maak je goed zichtbaar wat je wél hebt gedaan.

Iedereen bedenkt zijn eigen strategieën bij de normen die hij heeft. Het is dus onmogelijk om ‘de’ strategieën bij een bepaalde norm te geven. Bovendien bedenk je veel strategieën niet bewust. Ze ontstaan terwijl je je leven leidt en je eigen manieren ontdekt om lastige situaties te doorstaan. Strategieën bij normen zijn over het algemeen heel normale handelingen, er is niets vreemds aan. Een groot deel ervan merk je niet op, omdat ze voor jou de normaalste zaak van de wereld zijn. Daardoor lijkt het gedrag van iemand die andere normen of strategieën heeft, voor jou weleens vreemd.

Onbegrip

Voor persoon A die als norm heeft dat je altijd aardig moet zijn, is het onbegrijpelijk als een onbekende persoon B zomaar tegen hem snauwt. Dat doe je toch niet?! Maar het kan bijvoorbeeld zijn dat die persoon B als norm heeft dat hij niet te laat mag komen. Dat hij daarom als strategie heeft om flink te haasten op het station, om de trein te halen die hij gepland had te nemen. En dat hij op het punt staat die trein te missen omdat persoon A, die altijd aardig moet zijn, een vriendelijk praatje maakt met de medewerker die haar een treinkaartje verkoopt. Kan die mevrouw er geen rekening mee houden dat er mensen zijn die ergens heen moeten?! Hij wil door met haasten!

Beide personen uit dit voorbeeld kunnen verontwaardigd zijn. Ze denken dat hun norm en hun strategieën het meest logisch zijn. Binnen hun eigen denkkader hebben ze allebei gelijk. Het is de wereld van ‘Iedereen wil toch aardig zijn? Dan bedank je toch vriendelijk als iemand je geholpen heeft?’ die in aanraking komt met de wereld van ‘Iedereen wil toch op tijd komen? Dan blijf je mensen toch niet in de weg staan als je je treinkaartje al gekregen hebt?’

Stel dat er nog een persoon C achter deze twee mensen in de rij staat. Die ziet persoon A net te lang doen over het bedankje en ziet persoon B ongeduldig op en neer wippen en snuiven en vervolgens een snauw geven. Nu heeft persoon C als norm dat je altijd voor harmonie moet zorgen. Een strategie die hij daarbij heeft, is conflicten sussen. Dan zal hij op zijn minst de behoefte te krijgen om persoon A of persoon B weer op zijn gemak te stellen; misschien zelfs allebei. En zo heeft iedereen zijn eigen taken om mee te dragen.

Vastlopers

Een bepaalde norm hebben en daarop je gewoontes afstemmen, zou geen problemen moeten opleveren. Als iemand zich altijd verantwoordelijk wil opstellen, is dat toch prima? Hij heeft dan bijvoorbeeld de strategie dat hij altijd zijn afspraken nakomt. Er is niets belangrijker dan afspraken nakomen, dus daarin steekt hij zijn energie, elke keer opnieuw.

Het lastige is natuurlijk dat situaties al snel complexer worden dan dat je ‘een afspraak moet nakomen’. Je hebt nog meer normen en nog meer strategieën en die gaan niet altijd goed samen. Stel bijvoorbeeld dat deze persoon Niels heet en ’s ochtends naar zijn werk moet. Hij heeft een afspraak met een collega om half negen. Hij wil daar op tijd zijn, want afspraak is afspraak. Maar hij kan het document in zijn tas niet vinden dat hij zou meenemen voor de afspraak. Ook dat had hij afgesproken. Nu moet hij dus gaan zoeken, maar dan komt hij te laat. Hij moet zijn eigen norm op twee manieren waarmaken en dat botst in dit geval. Onrust!

Stel nu dat Niels het document snel vindt in een zijvakje van zijn tas. Hij kan gelukkig nog net op tijd weg om de afspraak van half negen te halen. Op het moment dat hij de deur uit wil stappen, roept zijn partner Annemarie: ‘Heb jij mijn sleutels gezien?’ Ze is duidelijk een beetje in paniek, want ze heeft straks werkoverleg en zonder sleutels kan ze niet weg. Nu heeft Niels nog een andere norm dan ‘ik moet me verantwoordelijk opstellen’. Die is: ‘ik moet mensen helpen die in nood zijn’. En Annemarie heeft het altijd al zo moeilijk met dat werkoverleg, dus hij kan nu niet zomaar de deur achter zich dichttrekken. Dat betekent sowieso dat hij te laat zal zijn voor zijn afspraak. Onrust!

Stel nu dat de sleutels van Annemarie op het nachtkastje blijken te liggen. Een rare plek, maar daar lagen ze vorige keer ook, dus het raadsel is snel opgelost. Ze gaan dus allebei de deur uit. Niels ziet op zijn horloge dat hij ongeveer zes minuten te laat gaat komen op de afspraak. Hij rijdt dus flink door. Af en toe zelfs iets te hard, waarvan hij gespannen wordt want dat is geen verantwoordelijk gedrag. Drie minuten over half negen stormt hij zijn werkkamer in, zet zijn tas neer, pakt het document voor collega Karin uit zijn tas en loopt naar haar kamer.

Karin blijkt er nog niet te zijn. Niels ergert zich en gaat naar zijn eigen kamer om te wachten. Na een paar minuten zet hij zijn computer maar aan om e-mails te beantwoorden. Om twaalf over half negen komt Karin aan. Niels kijkt nadrukkelijk op zijn horloge en trekt zijn wenkbrauwen op. Dit is niet de eerste keer dat ze te laat is. Karin zegt: ‘Wacht, ik pak nog even mijn spullen’, en loopt weer weg. Niels is boos. Weet ze wel hoeveel moeite hij heeft gedaan om hier op tijd te zijn?

Nu heeft Karin twee normen die hier direct van invloed zijn. De eerste is dat je flexibel moet zijn en de tweede is dat je je moet inleven in andere mensen. Het stoort haar dus behoorlijk dat Niels zo strak doet en niet eens vraagt waaróm ze te laat is. In haar herinnering hadden ze trouwens ‘rond half negen’ afgesproken. Dit overleg begint dus met de nodige spanning. Zowel Niels als Karin voelt die onrust. En de dag is net begonnen…

Het ontstaan van stress en onrust

In dit voorbeeld zie je dat je normen je op drie manieren onrust kunnen bezorgen. In de eerste plaats moet je soms twee dingen doen om aan dezelfde norm te voldoen, die niet samengaan. Twee klussen afmaken bijvoorbeeld, terwijl je daarvoor niet genoeg tijd hebt. Ten tweede heb je meer dan één norm en een heleboel strategieën, dus de kans is groot dat verschillende normen soms moeilijk te combineren zijn. Bijvoorbeeld als iemand goed moet presteren en ook wil dat andere mensen dat zien, maar zichzelf niet belangrijker mag maken dan andere mensen.

Het derde dat mensen dagelijks gebeurt, is dat ze andere mensen met andere normen en strategieën tegenkomen. Dat is niet alleen onvermijdelijk, maar houdt de wereld ook boeiend. Als iedereen hetzelfde in elkaar zat, gebeurde er niets meer. Je leert je eigen kwaliteiten kennen als je ontdekt dat je anders bent dan anderen. Je groeit en ontwikkelt je, omdat je leert omgaan met de verschillen. Voordat het zover is, botsen jouw eigenschappen en jouw wensen met die van anderen en dat geeft onrust.

Nieuwe strategieën ontwerpen

Je hebt nu een mooi instrument in handen om je onrust te verminderen: je normen en de bijbehorende strategieën herkennen. En eventuele niet-werkende strategieën vervangen door strategieën die ook bij je passen en in deze situatie beter werken. Omdat je je normen niet hoeft ‘weg te doen’ bij deze aanpak, geeft het je het gevoel dat je jezelf kunt blijven. Intussen begrijp je wat er gebeurt, accepteer je jezelf meer en krijg je betere oplossingen in handen voor het geval je vastloopt.

Bij het ontwerpen van een nieuwe strategie kunnen een paar aandachtspunten helpen:

  • Steek je energie vooral in nieuwe strategieën voor situaties die je veel energie kosten – dan levert het ook veel op.
  • Besef dat je nieuwe strategie je moet helpen om je eigen normen beter/makkelijker te halen. Het doel is niet om dingen te gaan doen die niet bij je passen.
  • Met een ander brainstormen kan het een stuk leuker maken. Die ander moet dan goed weten welke normen voor jou belangrijk zijn en met jou meedenken.