Geplaatst op Geef een reactie

Stress test

Stress hebben betekent dat er druk op je staat. Dat kan positief zijn als je er beter van gaat presteren, of nieuwe kanten aan jezelf ontdekt. Als je nooit wordt uitgedaagd, raak je het plezier in dingen kwijt. Aan de andere kant: teveel stress, niet goed omgaan met stress of te lang onder druk staan, kan er toe leiden dat je overbelast raakt en/of lichamelijke klachten krijgt. De volgende vragen kunnen je een indruk geven of een patiënt aan de ‘goede kant’ of aan de ‘verkeerde kant’ van de grens zit.

Een opmerking daarbij: mochten er op dit moment belastende of grote gebeurtenissen in iemands leven zijn (b.v. verhuizing, relatieverandering, verandering van werk, verlies van een dierbare, geldproblemen, zorgen over kinderen), dan geeft dat een grotere kans op overbelasting. Het vraagt van een persoon dat hij nóg beter ‘scoort’ op onderstaande punten.

Omgaan met onrust

  • Kun je er meestal goed tegen als mensen kritiek op je hebben?
  • Kun je jezelf vergeven als je een fout maakt of iets niet perfect doet?
  • Kun je ertegen als mensen je niet (altijd) aardig vinden?
  • ‘Moet’ je niet teveel van jezelf?
  • Kun je ertegen als dingen anders gaan dan je wilde?
  • Kun je goed beslissingen nemen?
  • Voel je je niet voor (te)veel dingen verantwoordelijk?
  • Heb je vertrouwen in jezelf?

Tijd en energie managen

  • Lukt het je om je bezigheden goed te plannen?
  • Blijft je werktijd voor jou binnen acceptabele grenzen?
  • Lukt het je om verschillende zaken goed te combineren (b.v. werk en gezin)?
  • Heb je voldoende tijd voor de taken op je lijstje?
  • Doe je meestal één ding tegelijk?
  • Bouw je ontspanningsmomenten in in je dag/week?
  • Heb je vaak een positieve kijk op dingen?
  • Voel je je regelmatig creatief?
  • Kom je toe aan je hobby’s of andere dingen die je graag doet in je vrijetijd?
  • Heb je aan het eind van je (werk)dag nog een beetje energie over?

Lichaam en behoeftes kennen

  • Regel je voor jezelf de dingen die je nodig hebt?
  • Lukt het om gezonde leefgewoontes vol te houden? (b.v. gezonde voeding, bewegen, voldoende slaap, niet roken, matig alcoholgebruik)
  • Kun je je goed ontspannen?
  • Slaap je goed?
  • Word je meestal uitgerust wakker?
  • Heb je regelmatig vage klachten zoals hoofdpijn, duizeligheid of spierpijn?

Zelfontwikkeling en communicatie

  • Heb je regelmatig zin in je bezigheden?
  • Voel je regelmatig plezier in wat je doet?
  • Vraag je hulp als je die nodig hebt?
  • Kun je nee zeggen als je iets niet wilt?
  • Kun je goed omgaan met conflicten?
  • Heb je mensen in je omgeving waar je op terug kunt vallen als dat nodig is?

Heb je het idee dat iemand op één van deze terreinen niet goed in balans is, dan is het belangrijk om daar iets aan te doen, zodat hij niet opbrandt of het plezier in zijn leven verliest.

Geplaatst op Geef een reactie

Hoe stop je die ongezonde gewoontes bij onrust en stress?

Iedereen heeft wel eens onrust: het gevoel dat iets aan jou of je leven even niet zoals je wilt. Dat is geen prettig gevoel. Het is oncomfortabel en ongemakkelijk. Daarom zul je vaak de neiging hebben om de onrust weg te drukken. Je gaat manieren zoeken om jezelf af te leiden, jezelf bij je gevoel weg te krijgen. Veel voorkomende ‘vluchtwegen’ zijn bijvoorbeeld tv kijken, eten, werken, alcohol drinken en analyseren. Maar feitelijk kun je elke handeling gebruiken om jezelf af te leiden.

Als je dit vaak gaat doen, of misschien wel altijd als je onrust voelt, kun je van twee dingen last krijgen:

  1. Je voelt je afhankelijk van die vluchtweg. Dat merk je aan gedachten als ‘Het eten is sterker dan ik’ of ‘Ik kan het niet helpen, ik zit wéér achter mijn beeldscherm’.
  2. Je doet niets aan de oorzaak van je onrust. Hij komt dus steeds weer terug.

Beide dingen kunnen je het gevoel geven dat je niet meer de leiding hebt over je eigen leven. Dat vinden de meeste mensen niet leuk. Een nieuwe bron van onrust dus!

Wat nu? Je kunt jezelf gaan trainen in een nieuwe vaardigheid: je onrust toelaten. Je zou dit een levensvaardigheid (life skill) kunnen noemen. Als je je op dit gebied ontwikkelt, heb je er de rest van je leven plezier van. Want je onrust toelaten, betekent dat je jezelf beter leert kennen, sterker wordt en beter met problemen en uitdagingen om kunt gaan.

Gezien de impact van deze stap, hoef je onrust toelaten niet ‘even’ te doen en meteen te kunnen. De meeste mensen hebben tijd nodig om te trainen. Ter vergelijking: de Visiom-leefstijlcoaches zijn er vaak zo’n drie maanden mee bezig met deelnemers. Ze vinden het vaak spannend omdat het nieuw is en ze niet goed weten wat ze moeten verwachten als ze de onrust ‘gewoon’ toelaten.

Wat je in de praktijk kan doen om mensen hier een stukje mee op weg te helpen is ze een paar stappen meegeven:

  1. Wen aan het idee dat onrust niet bedreigend is. Het voelt misschien ongemakkelijk, maar het is gewoon een signaal dat er iets aan de hand is.
  2. Kom je onrust op het spoor door je eigen ‘vluchtwegen’ te inventariseren. Dan weet je: als ik eet/werk/rook/etc. zonder dat ik er echt met mijn volledige aandacht bij ben, ben ik mezelf waarschijnlijk aan het verdoven. Onrust?
  3. Begin eens met tien seconden wachten voor je je favoriete ‘vluchtweg’ neemt. Of dertig seconden. Gewoon nieuwsgierig kijken wat er dan gebeurt. En merken dat je het overleeft. Misschien kan je dat de volgende keer ook wel langer.
  4. Vergeef jezelf dat je onrust hebt. En dat je niet weet wat je met je onrust aanmoet. En dat je toch weer je vluchtweg in gedoken bent. En ga dan terug naar stap 3.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Te dun, te mager of te licht?

ondergewichtEr is altijd veel te doen over te zwaar zijn en afvallen. Maar er zijn ook mensen die lichter zijn dan ze zouden willen! Dat kan betekenen dat ze volgens de normen te weinig wegen. Maar vooral ook dat ze er magerder uitzien dan ze zouden willen, of zo weinig ‘reserves’ hebben in hun lichaam dat ze er minder fit van worden.

Als dit speelt, kunnen tips voor mensen die te zwaar zijn, veel inzicht geven. Zowel te lichte als te zware mensen hebben namelijk vaak een verkeerde balans in hun gewoontes. Bijvoorbeeld hoe ze eten, bewegen, met slaap of ontspanning omgaan. In beide gevallen helpt het als iemand zijn gewoontes in evenwicht brengt.

Wel zijn er natuurlijk een aantal specifieke lichamelijke zaken belangrijk als iemand te licht is. In dit aanvullende artikel krijg je daarom wat extra aanwijzingen.

Allereerst zou je kunnen kijken wat er aan de hand is:

  • Is de patiënt mager omdat hij/zij erg weinig eet?
  • Of heeft hij juist veel honger, eet hij veel en komt hij toch niet aan?

Is het het eerste, dan wordt je belangrijkste vraag: waarom eet iemand zo weinig? Is hij veel met zijn hoofd bezig en vergeet hij zijn lichamelijke behoeftes? Heeft eten geen prioriteit voor hem? Of is er misschien iets niet in orde in zijn lichaam? Als iemand geen eetlust heeft en niet weet waarom, overleg dan met de huisarts of er iets onderzocht moet worden. Een gezond mens zou een paar keer per dag honger moeten voelen. Ook als de eetlust plotseling verdwenen is, is dat een reden om een arts te raadplegen.

Vergeet iemand te eten of maakt iemand andere dingen belangrijker dan de behoefte van zijn lichaam aan eten vervullen? Dan is het zinvol om na te denken of het echt waar is dat die andere dingen belangrijker zijn. Wellicht is het tijd voor een besluit hierover?

Er is ook een groep mensen die wel degelijk veel eet en toch niet aankomt. Dat is uiteraard een reden om met de huisarts te overleggen en/of nader onderzoek te doen.

Is iemand gezond of is er in ieder geval medisch gezien niets wat er nu eerst moet worden gecheckt? Dan helpen de volgende tips om op een gezonde manier wat steviger te worden:

  1. Eet drie tot vier stevige maaltijden per dag. Als je de hele dag kleinere maaltijden eet, stimuleer je je stofwisseling alleen maar om harder te verbranden.
  2. Eet ’s middags en ’s avonds eiwitrijk. Dan is je stofwisseling vaak iets rustiger dan ’s ochtends en dan zorgt zulk ‘stevig’ voedsel ervoor dat je lichaam meer voedingsstoffen kan opslaan. Je kunt bijvoorbeeld yoghurt bij je maaltijden eten, of cottage cheese.
  3. Laat je niet verleiden tot het eten van grote hoeveelheden zoetigheid of vette snacks. Je wilt een gezond lichaam opbouwen, niet je gezondheid en je energie continu ondermijnen.
  4. Beweeg regelmatig en kies dan (ook) voor trainingsvormen waarbij je spieren opbouwt. Vraag als het nodig is een keer advies bij een sportschool of een professioneel geschoolde trainer, wat geschikte oefeningen zijn voor je en wat een veilig opbouwschema is.
  5. Leer goed omgaan met stress en onrust. De kans is groot dat jouw stresssysteem zo in elkaar zit, dat je bij stress veel energie verbruikt. Blijf dus ook een beetje uit de buurt van pepmiddelen, waaronder koffie, cola, alcohol en nicotine. Vermijd ook al teveel suikerrijk eten en drinken omdat die je energiesysteem uit balans brengen.
  6. Heb je zo weinig reserves dat je je echt slap en naar voelt als je ’s ochtends wakker wordt? Zorg dan dat je eerst iets voedzaams te eten of de drinken krijgt voor je iets anders gaat doen. Bereid het de avond tevoren voor als dat nodig is.

Is er behoefte aan extra informatie of begeleiding over bijvoorbeeld gezond eten, bewegen of goed omgaan met stress? Dan kan een leefstijlcoach die vanuit een totaalaanpak bieden. Voor een passend dieetadvies is de diëtist een goede keus en voor beweegadvies en -begeleiding bijvoorbeeld een personal trainer of een sport medisch adviescentrum.

Geplaatst op Geef een reactie

Hoe herken je stress en wat is er aan te doen?

Een beetje stress op zijn tijd is goed. Het zorgt ervoor dat mensen hun grenzen opzoeken (dus: verder komen) en dat ze prestaties kunnen leveren. Maar teveel stress is schadelijk. En het zorgt ervoor dat afvallen of op gewicht blijven lastig worden.

Hoe weet je of iemand teveel stress heeft? Een aantal praktische signalen:

  • Hij kan niks hebben, is snel geïrriteerd.
  • Hij heeft steeds minder plezier in de dingen die hij doet.
  • Hij voelt weinig voldoening van klussen die hij afmaakt.
  • Het lukt niet meer om echt tot rust te komen. Het hoofd blijft druk of hij kan niet stilzitten.

Als een stressvolle situatie te lang blijft voortbestaan, wordt het leven een stuk minder leuk. Bovendien lopen mensen het risico dat ze echt afbranden. Bovenstaande stress-signalen geven namelijk al aan dat het hormoonsysteem overbelast is. Raken de hormoonklieren echt uitgeput, dan krijgt iemand een burnout en moet hij langdurig herstellen. Kan iemand niets meer aan en is hij steeds (bijna) in tranen? Dat zijn signalen van een burnout.

Een aantal tips die je kan meegeven als je merkt dat een patiënt teveel stress heeft en daar iets aan wil doen:

  1. Besef dat stressen niet productief is. Het werkt averechts. Je hoopt namelijk dat het stressen ervoor zorgt dat je straks rust hebt. Daar doe je het voor: je wilt rust! Maar stressen is juist onrust en er zit geen einde aan. Je krijgt niet het leven dat je wilt.
  2. Werk één voor één toe naar gezonde gewoontes. Je hoofd is vol, dus meer dan één ding tegelijk doen is niet verstandig. Daar wordt je actielijst alleen maar voller van (en wedden dat die gezonde gewoontes dan onderaan komen te staan?). Kies iets simpels dat jou helpt om steeds een beetje te herstellen en in balans te raken. Geef het een vaste plek in je dag of week, zodat je het niet kunt vergeten. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een vaste tijd voor je avondeten, een geschikte ontspanningsactiviteit voor de dinsdagavond, een vaste taakverdeling tussen jou en je partner of collega, een vaste pauze in je werkdag dat je tien minuten buiten loopt… kies iets wat goed is voor je en wat je haalbaar vindt. Desnoods is het iets van 1 minuut (rustig op de wc zitten bijvoorbeeld?).
  3. Doordring jezelf ervan dat stress niet ontstaat door wat je doet of hoeveel je doet. Het ontstaat door wat je erbij denkt. Een klus afmaken voor de deadline met de gedachte: ‘ha, zie mij eens lekker doorwerken!’ zal nauwelijks stress geven, maar de gedachte ‘het moet af, het moet af, want anders…’ geeft wél stress. Je eigen normen en eisen bezorgen jou stress. En misschien kun je je taak niet afschuiven of laten liggen, maar andere gedachtes trainen kan wel! Dat betekent dat je keuzevrijheid hebt, ook als je een volle agenda hebt.