Geplaatst op Geef een reactie

De overgang als nieuwe start

Ben jij al in de overgang? En, bevalt het? Wie aan de overgang denkt, associeert dit meestal direct met opvliegers, hormoonschommelingen, aankomen en slechter slapen. Niet met een nieuwe start, die je ook mooie dingen kan brengen. Daarover zo meer. Laten we eerst kijken naar de feiten.

De feiten

De menopauze is letterlijk het einde van je menstruatiecycli. Op welk moment hij zich aandient, kun je pas achteraf vaststellen – als je menstruatie een jaar is uitgebleven. De overgang is de periode rond de menopauze en kan 2 tot 12 jaar duren. Soms maak je een ‘piek’ aan klachten mee, die ongeveer 6 maanden duurt. In die periode komt er een einde aan de voorraad eicellen waarmee je als vrouw geboren bent. De hormoonhuishouding rondom de cyclus begint te haperen, de productie van oestrogeen neemt langzaam af en de vruchtbare periode stopt. Vrouwen zijn gemiddeld 51 jaar wanneer hun menopauze begint. Ze zijn dan 400 à 500 keer ongesteld geweest.

Iedereen is anders

De overgang geeft allerlei lichamelijke klachten, en verandert de stofwisseling en lichaamsbouw. Hoeveel last je daarvan hebt, is voor iedereen anders. Ook erfelijkheid speelt een rol; hoe je moeder door de overgang ging, voorspelt deels hoe jij de overgang gaat doormaken. Gelukkig kun je zelf veel doen om je klachten te verminderen en de lichamelijke gevolgen van de overgang te beperken. Door goede keuzes te maken op het gebied van voeding, door voldoende te bewegen en door genoeg te slapen en te ontspannen, help je jezelf om je fit en energiek te blijven voelen. Een gezonde leefstijl is altijd al van belang – maar in deze periode van je leven heb je er nog eens extra baat bij!

Mindset

Je mindset maakt veel verschil. Zie je de overgang als het einde van je jong voelen? Of kun je er ook met andere ogen naar kijken – het zien als een nieuwe start? Het goede nieuws hierbij: de natuur helpt je een handje. In de overgang vinden er niet alleen lichamelijke maar ook mentale veranderingen plaats. Door de verminderde oestrogeenproductie krijgen veel vrouwen in de overgang minder behoefte om te ‘zorgen’. In plaats daarvan krijgen vrouwen meer behoefte om ruimte te maken voor zichzelf. Ze ontdekken beter wat ze willen. Kortom, de overgang geeft je ook de kans om meer jezelf te worden, rustiger en wijzer. Dat helpt je om sterker en gelukkiger uit de overgang te komen!

Check je overgangsklachten:

  • Opvliegers, nachtzweten
  • Hartkloppingen
  • De menstruatie verandert: wordt heftiger of juist milder, of de frequentie verandert (NB: geboortebeperking in de vorm van de pil of een spiraaltje geeft geen natuurlijke menstruatiecyclus. Dat maakt het lastiger om overgangssignalen waar te nemen)
  • Urineverlies
  • Sneller geïrriteerd/emotioneel
  • Vergeetachtigheid, concentratieproblemen
  • Vermoeidheid, lusteloosheid
  • Droge slijmvliezen (vagina, ogen, etc.)
  • Pijn in spieren en gewrichten
  • Slaapproblemen

De eerste signalen van de overgang zijn meestal veranderingen in je gebruikelijke menstruatiepatroon. Maar ook opvliegers en nachtzweten laten je weten dat de overgang ingezet is. Herken je veel klachten uit het lijstje? Blijf rustig op het moment dat een klacht je overvalt, en besef: “Het gaat over”. Een gezonde leefstijl helpt je om je klachten te verminderen. Heb je echt veel last, ga dan naar de huisarts of een Care for Women-consulent. Je bent niet de enige!

Geplaatst op Geef een reactie

Hormonen: de verkeersregelaars van je lichaam

Hormonen regelen alles in je lichaam. Ze kunnen bij alles wat er moet gebeuren ‘gas geven’ en ‘remmen’. En daarmee kunnen ze je lichaam ook instructie geven om zoveel mogelijk energie te verbranden of juist zo min mogelijk.

Wanneer je te weinig ontspant (of erger nog: chronische stress hebt), dan neemt  je hormoonsysteem maatregelen om jou te laten ‘overleven’: het gaat energie sparen, laat je zo min mogelijk bewegen en stimuleert je om snelle energie te eten of drinken. Intussen ga je ook zoveel mogelijk dingen op de automatische piloot doen, want dat spaart nog wat extra energie. Alle energie die je overhoudt wordt zoveel mogelijk opgeslagen in vet. Ook als je hetzelfde blijft eten sla je dus meer vet op!

Geplaatst op Geef een reactie

Stress test

Stress hebben betekent dat er druk op je staat. Dat kan positief zijn als je er beter van gaat presteren, of nieuwe kanten aan jezelf ontdekt. Als je nooit wordt uitgedaagd, raak je het plezier in dingen kwijt. Aan de andere kant: teveel stress, niet goed omgaan met stress of te lang onder druk staan, kan er toe leiden dat je overbelast raakt en/of lichamelijke klachten krijgt. De volgende vragen kunnen je een indruk geven of een patiënt aan de ‘goede kant’ of aan de ‘verkeerde kant’ van de grens zit.

Een opmerking daarbij: mochten er op dit moment belastende of grote gebeurtenissen in iemands leven zijn (b.v. verhuizing, relatieverandering, verandering van werk, verlies van een dierbare, geldproblemen, zorgen over kinderen), dan geeft dat een grotere kans op overbelasting. Het vraagt van een persoon dat hij nóg beter ‘scoort’ op onderstaande punten.

Omgaan met onrust

  • Kun je er meestal goed tegen als mensen kritiek op je hebben?
  • Kun je jezelf vergeven als je een fout maakt of iets niet perfect doet?
  • Kun je ertegen als mensen je niet (altijd) aardig vinden?
  • ‘Moet’ je niet teveel van jezelf?
  • Kun je ertegen als dingen anders gaan dan je wilde?
  • Kun je goed beslissingen nemen?
  • Voel je je niet voor (te)veel dingen verantwoordelijk?
  • Heb je vertrouwen in jezelf?

Tijd en energie managen

  • Lukt het je om je bezigheden goed te plannen?
  • Blijft je werktijd voor jou binnen acceptabele grenzen?
  • Lukt het je om verschillende zaken goed te combineren (b.v. werk en gezin)?
  • Heb je voldoende tijd voor de taken op je lijstje?
  • Doe je meestal één ding tegelijk?
  • Bouw je ontspanningsmomenten in in je dag/week?
  • Heb je vaak een positieve kijk op dingen?
  • Voel je je regelmatig creatief?
  • Kom je toe aan je hobby’s of andere dingen die je graag doet in je vrijetijd?
  • Heb je aan het eind van je (werk)dag nog een beetje energie over?

Lichaam en behoeftes kennen

  • Regel je voor jezelf de dingen die je nodig hebt?
  • Lukt het om gezonde leefgewoontes vol te houden? (b.v. gezonde voeding, bewegen, voldoende slaap, niet roken, matig alcoholgebruik)
  • Kun je je goed ontspannen?
  • Slaap je goed?
  • Word je meestal uitgerust wakker?
  • Heb je regelmatig vage klachten zoals hoofdpijn, duizeligheid of spierpijn?

Zelfontwikkeling en communicatie

  • Heb je regelmatig zin in je bezigheden?
  • Voel je regelmatig plezier in wat je doet?
  • Vraag je hulp als je die nodig hebt?
  • Kun je nee zeggen als je iets niet wilt?
  • Kun je goed omgaan met conflicten?
  • Heb je mensen in je omgeving waar je op terug kunt vallen als dat nodig is?

Heb je het idee dat iemand op één van deze terreinen niet goed in balans is, dan is het belangrijk om daar iets aan te doen, zodat hij niet opbrandt of het plezier in zijn leven verliest.

Geplaatst op Geef een reactie

Hoe stop je die ongezonde gewoontes bij onrust en stress?

Iedereen heeft wel eens onrust: het gevoel dat iets aan jou of je leven even niet zoals je wilt. Dat is geen prettig gevoel. Het is oncomfortabel en ongemakkelijk. Daarom zul je vaak de neiging hebben om de onrust weg te drukken. Je gaat manieren zoeken om jezelf af te leiden, jezelf bij je gevoel weg te krijgen. Veel voorkomende ‘vluchtwegen’ zijn bijvoorbeeld tv kijken, eten, werken, alcohol drinken en analyseren. Maar feitelijk kun je elke handeling gebruiken om jezelf af te leiden.

Als je dit vaak gaat doen, of misschien wel altijd als je onrust voelt, kun je van twee dingen last krijgen:

  1. Je voelt je afhankelijk van die vluchtweg. Dat merk je aan gedachten als ‘Het eten is sterker dan ik’ of ‘Ik kan het niet helpen, ik zit wéér achter mijn beeldscherm’.
  2. Je doet niets aan de oorzaak van je onrust. Hij komt dus steeds weer terug.

Beide dingen kunnen je het gevoel geven dat je niet meer de leiding hebt over je eigen leven. Dat vinden de meeste mensen niet leuk. Een nieuwe bron van onrust dus!

Wat nu? Je kunt jezelf gaan trainen in een nieuwe vaardigheid: je onrust toelaten. Je zou dit een levensvaardigheid (life skill) kunnen noemen. Als je je op dit gebied ontwikkelt, heb je er de rest van je leven plezier van. Want je onrust toelaten, betekent dat je jezelf beter leert kennen, sterker wordt en beter met problemen en uitdagingen om kunt gaan.

Gezien de impact van deze stap, hoef je onrust toelaten niet ‘even’ te doen en meteen te kunnen. De meeste mensen hebben tijd nodig om te trainen. Ter vergelijking: de Visiom-leefstijlcoaches zijn er vaak zo’n drie maanden mee bezig met deelnemers. Ze vinden het vaak spannend omdat het nieuw is en ze niet goed weten wat ze moeten verwachten als ze de onrust ‘gewoon’ toelaten.

Wat je in de praktijk kan doen om mensen hier een stukje mee op weg te helpen is ze een paar stappen meegeven:

  1. Wen aan het idee dat onrust niet bedreigend is. Het voelt misschien ongemakkelijk, maar het is gewoon een signaal dat er iets aan de hand is.
  2. Kom je onrust op het spoor door je eigen ‘vluchtwegen’ te inventariseren. Dan weet je: als ik eet/werk/rook/etc. zonder dat ik er echt met mijn volledige aandacht bij ben, ben ik mezelf waarschijnlijk aan het verdoven. Onrust?
  3. Begin eens met tien seconden wachten voor je je favoriete ‘vluchtweg’ neemt. Of dertig seconden. Gewoon nieuwsgierig kijken wat er dan gebeurt. En merken dat je het overleeft. Misschien kan je dat de volgende keer ook wel langer.
  4. Vergeef jezelf dat je onrust hebt. En dat je niet weet wat je met je onrust aanmoet. En dat je toch weer je vluchtweg in gedoken bent. En ga dan terug naar stap 3.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Beter slapen

Of iemand goed in slaap komt, goed doorslaapt en weer uitgerust wakker wordt, hangt af van… zo’n beetje alles. Het is een optelsom van hoe de dag verloopt en hoe de nacht verloopt. Dat is goed om te beseffen als iemand slecht slaapt. Er is niet één standaard tip – er zal in alles een betere balans gevonden moeten worden. Het volgende lijstje kan mensen op ideeën brengen waar ze zou kunnen beginnen:

  • Bouw ’s avonds goed af – een uur tot anderhalf uur voor je gaat slapen kun je dingen doen als de tv en andere beeldschermen uitzetten, het licht dimmen en geen intensieve beweeg- en denkactiviteiten meer ondernemen.
  • Richt je slaapkamer zo in, dat er rust en ontspanning heerst. Geen stoornissen van licht en geluid, geen tv, geen werkdocumenten of andere taken in beeld, een goede matras, een prettige, koele temperatuur, genoeg zuurstof, enzovoort.
  • Zorg dat je moe, maar niet uitgeput bij je bed belandt. Te eenzijdige geestelijke belasting (bijvoorbeeld veel uren achter elkaar achter een beeldscherm, te lang achter elkaar denkwerk doen, te lang achter elkaar vergaderen) zorgt voor een ‘gesloopt’ gevoel. Je hormoonsysteem is dan zo uitgeput, dat het je niet meer in rust kan brengen.
  • Zorg overdag voor een goed dagritme met elke drie tot vier uur een gezonde maaltijd (behalve na de avondmaaltijd; dan ben je drie tot vier uur later als het goed is al aan het afbouwen voor de nacht), regelmatig naar buiten en minimaal 30 minuten actief bewegen. Minder dan 6 uur zitten op een dag is ook aan te bevelen.