Geplaatst op Geef een reactie

In gesprek gaan over leefstijl

Stel dat je met iemand in gesprek wil gaan over zijn leefstijl. Bijvoorbeeld omdat het past bij je rol (als leidinggevende, POH’er, arts, verpleegkundige, leerkracht, wmo-consulent…). Hoe doe je dat dan? Liefst op zo’n manier dat de ander niet het gevoel krijgt dat je je met hem ‘bemoeit’, maar juist energie ervan krijgt?

Hier volgt een gespreksstructuur van Visiom met drie eenvoudige vragen:

  1. Wanneer voelde je je goed, de laatste tijd?
  2. Hoe kwam dat?
  3. Hoe zou je kunnen zorgen dat je je vaker zo goed voelt?

Deze opzet heeft verschillende gedragstheorieën en technieken als onderbouwing, waaronder de positieve psychologie, motivational interviewing en resultaatgericht coachen.

Is het echt zo simpel? Ja en nee. Ja, omdat je door het gebruiken van deze opbouw oneindig veel meer bereikt dan met ‘je moet echt meer…, want…’.

Nee, omdat je gesprekspartner geen voorgeprogrammeerde antwoorden geeft en dus een reactie kan geven die niet ‘in het stramien past’. Bijvoorbeeld:
“Wanneer voelde je je goed, de laatste tijd?” “Hoezo?”
“Wanneer voelde je je goed, de laatste tijd?” “Nooit.”
“Hoe kwam dat?” “Geen idee.”
“Hoe zou je kunnen zorgen dat je je vaker zo goed voelt?” “Ja, dan moet eerst mijn blessure weg zijn / mijn moeder weer beter zijn / mijn relatie weer hersteld zijn / mijn baas normaal doen / etc.”

Vandaar dat een goede leefstijlcoach inschakelen soms zinvol is. En dat we binnen de Visiom Academie trainingen Samen Focussen op Leefstijl geven.
Maar de basis van een goed gesprek over dagelijkse gewoontes en lekker in je vel zitten, bestaat uit deze vragen. En iedereen kan daar zijn voordeel mee doen. Hoe meer je oefent, hoe leuker en beter de gesprekken worden.

Geplaatst op Geef een reactie

Aanpak intervisie professionals

Als je met een groepje professionals bij elkaar komt om samen te leren en vooruit te gaan, kan je gebruik maken van de volgende tips:

  • Start met een rondje, waarbij je elkaar helpt om concreet aan te geven wat je wil bereiken vandaag (wanneer ben je tevreden?).
  • Streef ernaar om iedere deelnemer te laten ontdekken waar hij goed in is en welke kansen er liggen (dus niet zozeer naar het geven van zoveel mogelijk tips).
  • Stap niet te snel van een onderwerp af, maar kijk of iemand er echt alles uitgehaald heeft. Dit geldt met name voor het verhelderen van het doel van de cliënt/patiënt en voorkómen dat de begeleider aannames doet over de patiënt die niet gecheckt zijn.
  • Eindig met een rondje waarin iedereen zegt wat hij concreet gaat doen met de input uit de intervisie. Maak notities zodat je er de keer erop op terug kan komen.

Bij de intervisie kan je bijvoorbeeld gebruik maken van een film- of audio-opname van een gesprek, of een casusbeschrijving. Hier volgen hulpdocumenten:

Filmpje maken?

  • Vraag altijd schriftelijke toestemming aan de cliënt. Hierboven staat een voorbeeld toestemmingsformulier.
  • Je kunt je smartphone of camera achter de patiënt zetten, zodat alleen jouw gezicht herkenbaar in beeld is.
  • Je kunt een langere opname maken en achteraf een stukje eruit knippen om in de intervisie te gebruiken, bijvoorbeeld met behulp van www.onlinevideocutter.com.
  • Vergeet niet om te regelen dat je filmbestanden kan afspelen (is er een laptop? hoe komen de bestanden daarop? is er een beeldscherm of beamer met geluid als je groepje wat groter is en hoe werkt de apparatuur?).
  • Verwijder vanwege de privacy van de cliënt de filmbestanden na de intervisie van de gebruikte computer(s), camera en/of telefoon.
Geplaatst op Geef een reactie

Stress test

Stress hebben betekent dat er druk op je staat. Dat kan positief zijn als je er beter van gaat presteren, of nieuwe kanten aan jezelf ontdekt. Als je nooit wordt uitgedaagd, raak je het plezier in dingen kwijt. Aan de andere kant: teveel stress, niet goed omgaan met stress of te lang onder druk staan, kan er toe leiden dat je overbelast raakt en/of lichamelijke klachten krijgt. De volgende vragen kunnen je een indruk geven of een patiënt aan de ‘goede kant’ of aan de ‘verkeerde kant’ van de grens zit.

Een opmerking daarbij: mochten er op dit moment belastende of grote gebeurtenissen in iemands leven zijn (b.v. verhuizing, relatieverandering, verandering van werk, verlies van een dierbare, geldproblemen, zorgen over kinderen), dan geeft dat een grotere kans op overbelasting. Het vraagt van een persoon dat hij nóg beter ‘scoort’ op onderstaande punten.

Omgaan met onrust

  • Kun je er meestal goed tegen als mensen kritiek op je hebben?
  • Kun je jezelf vergeven als je een fout maakt of iets niet perfect doet?
  • Kun je ertegen als mensen je niet (altijd) aardig vinden?
  • ‘Moet’ je niet teveel van jezelf?
  • Kun je ertegen als dingen anders gaan dan je wilde?
  • Kun je goed beslissingen nemen?
  • Voel je je niet voor (te)veel dingen verantwoordelijk?
  • Heb je vertrouwen in jezelf?

Tijd en energie managen

  • Lukt het je om je bezigheden goed te plannen?
  • Blijft je werktijd voor jou binnen acceptabele grenzen?
  • Lukt het je om verschillende zaken goed te combineren (b.v. werk en gezin)?
  • Heb je voldoende tijd voor de taken op je lijstje?
  • Doe je meestal één ding tegelijk?
  • Bouw je ontspanningsmomenten in in je dag/week?
  • Heb je vaak een positieve kijk op dingen?
  • Voel je je regelmatig creatief?
  • Kom je toe aan je hobby’s of andere dingen die je graag doet in je vrijetijd?
  • Heb je aan het eind van je (werk)dag nog een beetje energie over?

Lichaam en behoeftes kennen

  • Regel je voor jezelf de dingen die je nodig hebt?
  • Lukt het om gezonde leefgewoontes vol te houden? (b.v. gezonde voeding, bewegen, voldoende slaap, niet roken, matig alcoholgebruik)
  • Kun je je goed ontspannen?
  • Slaap je goed?
  • Word je meestal uitgerust wakker?
  • Heb je regelmatig vage klachten zoals hoofdpijn, duizeligheid of spierpijn?

Zelfontwikkeling en communicatie

  • Heb je regelmatig zin in je bezigheden?
  • Voel je regelmatig plezier in wat je doet?
  • Vraag je hulp als je die nodig hebt?
  • Kun je nee zeggen als je iets niet wilt?
  • Kun je goed omgaan met conflicten?
  • Heb je mensen in je omgeving waar je op terug kunt vallen als dat nodig is?

Heb je het idee dat iemand op één van deze terreinen niet goed in balans is, dan is het belangrijk om daar iets aan te doen, zodat hij niet opbrandt of het plezier in zijn leven verliest.

Geplaatst op 2 Reacties

Voorbeeld gesprek: toewerken naar een doel

In het onderstaande gesprek krijg je ideeën voor vragen die je als coach kan stellen. De C geeft aan dat de coach spreekt, de X dat de cliënt/patiënt spreekt.
Het eerste gesprek is een standaard gesprek zoals dat vaak voorkomt. Daarna volgt een tweede versie waarbij de cliënt veel meer geactiveerd wordt.

Veel voorkomend:

C: Je gaf aan dat je graag meer energie wilt hebben.
X: Ja, klopt.
C: Wat ga je dan doen om meer energie te krijgen?
X: Nou eh… ik denk dat ik dan meer moet gaan sporten.
C: Hoe vaak dan bijvoorbeeld, en wanneer?
X: Nou, ze zeggen volgens mij dat je dan twee of drie keer per week moet gaan.
C: Hoeveel sport je nu? En wat voor sport doe je?
X: Ik probeer op dinsdag en donderdag naar de sportschool te gaan, maar meestal lukt de donderdag niet.
C: Oké, dan zit je nu dus op één keer per week. Hoe ga je zorgen dat dat drie keer wordt?
X: Nou, gewoon met mezelf afspreken lijkt me.
C: Maar hoe zorg je dan dat het ook echt lukt?
X: Tja, eh… dat weet ik niet zo goed.
C: Want anders blijft alles zoals het nu is.
X: Ja, eh… Ja.
C: En dat wil je niet.
X: Nee, eh… Nee.
C: Dus wat ga je dan doen?
X: Ja, echt drie keer per week sporten dan dus.

De cliënt/patiënt activeren:

C: Je gaf aan dat je graag meer energie wilt hebben.
X: Ja, klopt.
C: Waar zou je dat aan merken, dat je meer energie hebt?
X: Ik denk dat ik dan ‘s avonds nog energie zou hebben om iets leuks te doen. Nu plof ik meestal op de bank voor de tv en gebeurt er niet zoveel meer.
C: Wat zou je dan gaan doen als je wel energie hebt, denk je?
X: Ik zou vaker met vrienden willen afspreken en mijn hobby weer willen oppakken. En ik zou elke week twee keer willen gaan sporten, want daar heb ik nu ook de fut vaak niet voor. Terwijl ik weet dat ik er energie van krijg als ik het wél doe.
C: Hoe zou dat voelen, als je die dingen weer kon doen ‘s avonds?
X: Ja, heel fijn! Dan zou ik me niet meer zo uitgeblust voelen. Het idee hebben dat ik weer een beetje leef!
C: Mooi zeg. (glimlach, wacht)
X: Nu ik dat zo zeg, lijkt het eigenlijk of de dingen die ik wil gaan doen als ik meer energie heb, ook de dingen zijn waar ik juist energie van kríjg.
C: Dat zou inderdaad best kunnen. Waar krijg je de meeste energie van, denk je?
X: Ik denk van de combinatie. Dus dat ik elke week een keer ga sporten, een keer creatief bezig ben ‘s avonds en een keer iets met vrienden doe.
C: (wacht af)
X: Dat sporten doe ik meestal al. Maar creatief bezig zijn helemaal niet en met vrienden ook niet standaard.
C: Welke van die twee zou je nu het liefste als eerste oppakken?
X: Ik denk dat creatief bezig zijn, want dat kan gewoon thuis en ik hoef er niets voor te regelen want de spullen heb ik gewoon.
C: Wanneer zou je het voor het eerst willen doen dan?
X: Ja, morgenavond. Dan heb ik verder niks.
C: Hoe zou je het jezelf dan gemakkelijk kunnen maken om morgenavond creatief aan de slag te gaan?
X: Dan moet ik het morgenochtend vast klaarleggen, voor ik naar mijn werk ga. En tegen mijn partner zeggen dat ik dat van plan ben, zodat die het ook al weet.
C: Klinkt prima. Heb je verder nog iets nodig nu, om dit te gaan doen?
X: Nee, het is eigenlijk heel makkelijk.

Geplaatst op Geef een reactie

Luisteren naar je lichaam, hoe doe je dat?

Mensen kunnen met hun verstand vast aardig wat dingen bedenken die goed voor ze zijn. Als ze ook naar hun lichaam luisteren, krijgen ze aanwijzingen om dat goede gedrag op het juiste moment toe te passen. ‘Voldoende slapen is belangrijk’ (verstand) kun je dan bijvoorbeeld combineren met ‘ik voel me moe’ (signaal lichaam) en dan weet je dat je naar bed wilt.

Nu vinden veel mensen het niet meevallen om goed naar hun lichaam te luisteren. We zijn tegenwoordig meer getraind om met ons verstand bezig te zijn. Wil iemand beter naar zijn lichaam luisteren, dan kunnen de volgende drie stappen hem van dienst zijn.

1. Merk een signaal op. Kies er regelmatig voor om heel even je voeten plat op de grond te zetten en te kijken of je iets nuttigs opmerkt.

2. Accepteer dat er iets is. Je lichaam (jij dus) heeft het recht om af en toe aandacht en verzorging te krijgen. ‘Nu even niet, ik ben bezig,’ kun je niet te vaak denken. Dan doe je jezelf tekort.

3. Zorg dat je krijgt wat je nodig hebt. Vooral bij de biologische basisbehoeftes van je lichaam is dit belangrijk: zuurstof, water, voedsel, slaap en aanraking. Maar als je je echt goed wilt voelen, zijn ook beweging en ontspanning belangrijk.

Wie echt goed wordt in het herkennen van signalen van het lichaam, kan zelfs geestelijke en emotionele behoeftes heel duidelijk gaan opmerken in zijn lijf. Een pijntje, een steek, een kriebeltje… Of tekenen dat er iets helemaal niet klopt aan de situatie waar je je in bevindt – of juist dat er iets goeds op je pad is gekomen. Je intuïtie huist immers ook in je lichaam.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Een slimme truc om een slechte gewoonte kwijt te raken

Mensen vinden het nooit fijn om iets te moeten inleveren of opgeven. Dat geldt voor dingen waar iemand blij mee is, bijvoorbeeld die jas die zo lekker zit maar wel versleten is. Het geldt ook voor dingen waar iemand niet heel blij mee is, bijvoorbeeld een slechte gewoonte. Of de ruzie met een bepaald persoon die altijd op dezelfde manier verloopt.

De reden hiervoor is dat hetgene wat mensen nu hebben, vertrouwd is. Het geeft een bepaalde zekerheid of veiligheid. Je weet immers nooit wat je ervoor terugkrijgt als je het oude wegdoet. Stel dat iemand geen chocola meer met vriendinnen gaat eten, of geen bitterballen meer bestelt met vrienden, hoe moet dat moment er dan uit gaan zien? Of als iemand zijn werkdag niet meer start met het behandelen van de e-mail (wat hem vaak de hele ochtend kost), hoe moet hij dan beginnen? Daar heb hij geen beeld bij, geen gevoel.

Nieuwe gewoontes in gedachten oefenen

Omdat iemand er nog geen beeld bij heeft, is de kans groot dat hij zijn oude gewoontes houdt. Zelfs als die nadelen hebben, of als hij er keer op keer spijt van heeft achteraf. Een hulpmiddel om dit te doorbreken, kan zijn om zich eerst eens levendig voor te stellen hoe de nieuwe gewoontes en gedrag gaan worden. Dat fantaseren zorgt ervoor dat het ‘nieuwe’ al een beetje gewoon kan worden. Zeker als iemand het elke keer doet voordat hij zijn oude gewoonte start.

Er komt een moment dat iemand de nieuwe gewoontes zo vaak voor zich heeft gezien, dat het volkomen normaal voelt om het ook echt te doen. Zonder strijd of onzeker gevoel.

Het kan leuk zijn om zelf een tijdje te oefenen met deze methode, en te ervaren hoe het werkt! Met welke gewoonte zou je dat willen doen?

Geplaatst op Geef een reactie

Onrust

Wat is onrust en hoe ga je er mee om?

Iedereen heeft wel eens onrust: het gevoel dat iets aan jou of je leven even niet gaat zoals je wilt. Dat is geen prettig gevoel. Het is oncomfortabel en ongemakkelijk. Daarom zul je vaak de neiging hebben om de onrust weg te drukken. Je gaat manieren zoeken om jezelf af te leiden, jezelf bij je gevoel weg te krijgen. Veel voorkomende ‘vluchtwegen’ zijn bijvoorbeeld tv kijken, eten, werken, alcohol drinken en analyseren. Maar feitelijk kun je elke handeling gebruiken om jezelf af te leiden.

  1. Je voelt je afhankelijk van die vluchtweg. Dat merk je aan gedachten als ‘Het eten is sterker dan ik’ of ‘Ik kan het niet helpen, ik zit wéér achter mijn beeldscherm’.
  2. Je doet niets aan de oorzaak van je onrust. Hij komt dus steeds weer terug.

Beide dingen kunnen je het gevoel geven dat je niet meer de leiding hebt over je eigen leven. Dat vinden de meeste mensen niet leuk. Een nieuwe bron van onrust dus!

Wat nu? Je kunt jezelf gaan trainen in een nieuwe vaardigheid: je onrust toelaten. Je zou dit een levensvaardigheid (life skill) kunnen noemen. Als je je op dit gebied ontwikkelt, heb je er de rest van je leven plezier van. Want je onrust toelaten, betekent dat je jezelf beter leert kennen, sterker wordt en beter met problemen en uitdagingen om kunt gaan.

Gezien de impact van deze stap, hoef je onrust toelaten niet ‘even’ te doen en meteen te kunnen. De meeste mensen hebben tijd nodig om te trainen.

Misschien dus fijn om een paar stappen mee te krijgen:

  1. Wen aan het idee dat onrust niet bedreigend is. Het voelt misschien ongemakkelijk, maar het is gewoon een signaal dat er iets aan de hand is.
  2. Kom je onrust op het spoor door je eigen ‘vluchtwegen’ te inventariseren. Dan weet je: als ik eet/werk/rook/etc. zonder dat ik er echt met mijn volledige aandacht bij ben, ben ik mezelf waarschijnlijk aan het verdoven. Onrust?
  3. Begin eens met tien seconden wachten voor je je favoriete vluchtweg neemt. Of dertig seconden. Gewoon nieuwsgierig kijken wat er dan gebeurt. En merken dat je het overleeft. Misschien kan je dan ook wel langer.
  4. Vergeef jezelf dat je onrust hebt. En dat je niet weet wat je met je onrust aanmoet. En dat je toch weer je vluchtweg in gedoken bent. En ga dan terug naar stap 3.
Geplaatst op Geef een reactie

Voorbeelden van normen

Een flink aantal normen op een rij:

  • Ik moet presteren.
  • Ik mag mezelf niet op de borst kloppen.
  • Ik mag niet saai zijn.
  • Ik mag niet afgaan.
  • Ik mag niet onaardig zijn.
  • Ik mag niet ten einde raad zijn.
  • Ik moet rekening houden met andere mensen.
  • Ik moet mijn best doen.
  • Ik moet me verantwoordelijk gedragen.
  • Ik mag mezelf niet voor laten gaan op anderen.
  • Alles moet schoon en netjes zijn.
  • Ik moet dingen onder controle hebben.
  • Ik moet sociaal zijn.
  • Ik mag niet klagen.
  • Ik mag niet zeuren.
  • Ik mag alleen maar dingen zeggen waarvan ik zeker weet dat ze kloppen.
  • Ik mag geen mensen teleurstellen.
  • Ik mag geen mensen pijn doen.
  • Ik mag niet afhankelijk zijn.
  • Ik mag niet op andere mensen leunen.
  • Ik mag geen nerd zijn.
  • Ik mag niet drammen.
  • Ik mag geen loser zijn.
  • Ik moet vlot en charmant zijn.
  • Ik moet succesvol zijn.
  • Ik mag niet van anderen profiteren.
  • Ik moet altijd iets terugdoen als iemand iets voor mij doet.
  • Ik mag niet falen.
  • Ik mag niet de kantjes ervan aflopen.
  • Ik mag geen half werk afleveren.
  • Ik mag geen fouten maken.
  • Ik moet een dynamisch, spannend leven hebben.
  • Ik moet een relatie hebben.
  • Ik moet iets opbouwen, ergens naartoe werken.
  • Ik mag niet dom zijn.
  • Ik mag niet zwak zijn.
  • Ik mag niet ongedisciplineerd zijn.
  • Ik mag niet ziek zijn.
  • Ik mag geen ruzie maken.
  • Ik mag niet opvallen.
  • Ik mag niet uit de toon vallen.
  • Ik mag niet besluiteloos zijn.
  • Ik mag geen dingen doen waarvan ik de consequenties niet kan overzien.
  • Ik mag alleen dingen beloven die ik ook kan waarmaken.
  • Ik moet betrouwbaar zijn.
  • Ik moet het gezellig maken.
  • Ik mag niet geremd zijn.
  • Ik moet me altijd ontwikkelen.
  • Ik mag niet stilstaan.
  • Ik mag niet lui zijn.
  • Ik mag me niet aanstellen.
  • Ik mag niet sloom/traag zijn.
  • Ik mag niet om aandacht vragen.
  • Ik mag niet de kluts kwijt zijn.
  • Ik moet een doel hebben in mijn leven en daar naartoe werken.
  • Ik mag niet doorslaan.
  • Ik moet ontspannen zijn.
  • Ik mag niet moe zijn.
  • Ik mag niet onzeker zijn.
  • Ik moet zelfvertrouwen hebben.
  • Ik moet mezelf onder controle hebben.
  • Ik moet voor mezelf opkomen.
  • Ik moet er aantrekkelijk uitzien.
  • Ik moet realistisch zijn.
  • Ik moet bescheiden zijn.
  • Ik moet mijn problemen kunnen oplossen.
  • Ik moet hard werken.
  • Ik moet balans regelen in mijn leven.
  • Ik moet klaarstaan voor anderen.
  • Ik mag me niet vervelen.
  • Ik mag mezelf niet op de borst kloppen.
  • Ik moet flexibel zijn.
  • Ik moet sterk zijn.
  • Ik mag niet overstuur raken.
  • Ik mag niet ontevreden zijn.
  • Ik moet constructief zijn.
  • Ik mag niet verdrietig zijn.
  • Ik mag geen flater slaan.
  • Ik moet aan de verwachtingen voldoen.
  • Ik moet dingen weten.
  • Ik moet objectief zijn.
  • Ik mag niet jaloers zijn.
  • Ik mag me niet ergeren.
  • Ik moet mensen het voordeel van de twijfel geven.
  • Ik mag mensen niet veroordelen.
  • Ik mag geen aandacht trekken.
  • Ik moet perfectie nastreven.
  • Ik moet naar mensen luisteren.
  • Ik mag geen medelijden opwekken.
  • Ik mag niet arrogant zijn.
  • Ik mag mensen geen mening opleggen.
  • Ik moet mensen in hun waarde laten.
  • Ik mag niet onredelijk zijn.
  • Ik mag niet koppig zijn.
  • Ik mag niet kleurloos zijn.
  • Ik mag niet pessimistisch zijn.
  • Ik mag niet te serieus zijn.
  • Ik moet doorzetten/volhouden.
  • Ik mag niet negatief zijn.
  • Ik mag niet impulsief zijn.
  • Ik mag niet verlegen zijn.
  • Ik mag niet met alle winden meewaaien.
  • Ik mag niet hebberig zijn.
  • Ik mag niet arm zijn.
  • Ik mag niet respectloos zijn.
  • Ik moet me inleven in anderen.
  • Ik moet betrokken zijn.
  • Ik mag niet onzorgvuldig zijn.
  • Ik mag niet chaotisch zijn.
  • Ik mag niet oppervlakkig zijn.
  • Ik mag niet oneerlijk zijn.
  • Ik mag mensen geen ongemakkelijk gevoel geven.
  • Ik mag me niet anders voordoen dan ik ben.
  • Ik mag niet verspillen.
  • Ik mag niet passief zijn.
  • Ik mag niet overgeslagen worden.
  • Ik mag niet over het hoofd gezien worden.
  • Ik mag niet onprofessioneel zijn.
  • Ik mag niet afstandelijk zijn.
  • Ik moet dingen durven.
  • Ik mag mensen niet tot last zijn.
  • Ik mag niet onduidelijk zijn.
  • Ik mag mensen niet in de steek laten.
  • Ik mag geen leuke dingen doen als er nog noodzakelijke dingen liggen.
  • Ik mag niet over me heen laten lopen.
  • Ik mag me niet slachtofferig gedragen.
  • Ik mag niet onrechtvaardig zijn.
  • Ik mag niet materialistisch zijn.
  • Ik mag niet hysterisch doen.
  • Ik mag niet oud overkomen.
  • Ik mag niet jong overkomen.
  • Ik mag niet ongeïnspireerd zijn.
  • Ik mag niet inconsequent zijn.
  • Ik mag geen ongenuanceerde dingen zeggen.
  • Ik moet schoon/netjes zijn
  • Ik moet eruit halen wat erin zit
  • Ik mag anderen niets opleggen
  • Als er nog werk ligt, moet ik het doen
  • Ik mag niet klagen over hard werken
  • Ik mag geen mensen in de steek laten
  • Ik moet klanten tevreden stellen
  • Ik moet genoeg inkomen hebben
  • Ik moet mijn verplichtingen nakomen
  • Ik mag niet gierig zijn
  • Ik mag niet slap zijn
  • Ik moet goed voor de dag komen
  • Ik moet alert zijn
  • Ik moet solidair zijn
  • Ik moet serieus genomen worden
  • Mensen moeten weten wat ze aan me hebben
  • Mensen moeten op me kunnen rekenen
  • Ik moet sympathiek zijn
  • Ik mag niet zuinig zijn
  • Ik moet dingen meemaken
  • Ik mag niet burgerlijk zijn
  • Ik mag geen beperkte leefwereld hebben
  • Ik moet vooruit komen
  • Ik moet zelfstandig zijn
  • Ik mag niet lelijk zijn
  • Ik mag niet dik zijn
  • Ik mag niet achterbaks zijn
  • Ik mag niet chagrijnig zijn
  • Ik mag niet slecht in mijn werk zijn
  • Ik mag niet onbetrouwbaar zijn