Geplaatst op Geef een reactie

Wat dan wel?

Laten we eerlijk zijn: een persoonsgericht gesprek voeren, waarbij je de motivatie bij de ander laat groeien om gezond te leven, is zo makkelijk nog niet. Ter inspiratie krijg je hieronder een veel voorkomend gesprek van een ‘zorgverlener’ met ‘zorgvrager’, gevolgd door een voorbeeld van hoe je zo’n gesprek meer coachend op leefstijl kunt houden.

Wil je hier intensiever mee aan de slag? Dan zou je kunnen kijken naar:

A. Een veel voorkomend gesprek tussen zorgvrager en zorgverlener

Mevrouw A. komt binnen voor een vervolggesprek.

Zorgverlener: ‘Goedemorgen, fijn om u weer te zien. Hoe is het met u?’
Mevrouw A.: ‘Nou, gaat wel. Ik heb nog steeds last van mijn schouder hè. De dokter zegt dat ik gewoon geduld moet hebben.’
Zorgverlener: ‘Oh, dat is vervelend voor u zeg. En hoe is het gegaan met het wandelen en het minder snoepen, waar we het vorige keer over gehad hebben?’
Mevrouw A.: ‘Nou, niet zo goed. Mijn zoon was jarig en op het werk hadden we ook veel traktaties. En dan zeg je natuurlijk niet elke keer nee. En het regende veel de afgelopen week, dus dan is wandelen ook lastiger.’
Zorgverlener: ‘Hoe vaak heeft u dan snoep, koek en taart gegeten de afgelopen twee weken?’
Mevrouw A.: ‘Nou, ik denk…. ja, toch wel elke week twee of drie traktaties.’
Zorgverlener: ‘En verder?’
Mevrouw A.: ‘Tsja, ik eet natuurlijk een koekje bij de koffie ‘s ochtends. En mijn man heeft een keer chocolaatjes meegenomen omdat hij me wilde verwennen. Dan vind ik het wel echt lastig om te zeggen dat ik die niet hoef. Hij bedoelt het zo aardig.’
Zorgverlener: ‘Dat is wel veel hè, alles bij elkaar. Daar moeten we wel naar kijken. Want het is voor u wel heel belangrijk hoor, om gezonder te leven. Anders wordt uw diabetes een serieus probleem. Weet u nog, waar we het vorige keer over hadden?’
Mevrouw A.: ‘Ja, dat weet ik natuurlijk wel.’
Zorgverlener: ‘Het klinkt alsof u het lastig vindt om nee te zeggen als mensen u iets lekkers aanbieden. Wat zou u kunnen doen om dat makkelijker te maken?’
Mevrouw A.: ‘Nou, ik weet niet.’
‘Zorgverlener: ‘Heeft u wel eens geprobeerd om mensen uit te leggen dat u op uw gezondheid wilt letten en dat het fijn is als ze u niet teveel zoetigheid aanbieden?’
Mevrouw A.: ‘Ja maar mijn man vindt dat lastig hè, die wil me graag verwennen. Hij bedoelt het goed.’
Zorgverlener: ‘Ja dat snap ik. Maar het is voor u niet goed. Dus dat kunt u hem misschien nog eens uitleggen.’
Mevrouw A.: ‘Ja, dat moet ik dan misschien maar doen.’
Zorgverlener: ‘Zullen we dat dan afspreken? En dat u dan niet meer dan één keer per week taart neemt, en geen chocolaatjes meer?’
Mevrouw A.: ‘Ja, oké.’
Zorgverlener: ‘Goed. En dan het wandelen. En wanneer kunt u komende week een wandeling inplannen?’
Mevrouw A.: ‘Oh eh… op zondag?’
Zorgverlener: ‘In de ochtend, de middag, de avond?’
Mevrouw A.: ‘In de ochtend.’
Zorgverlener: ‘En dan nog een keer door de week, is dat haalbaar?’
Mevrouw A. ‘Ja, op zich wel.’
Zorgverlener: ‘Op welke dag bijvoorbeeld?’
Mevrouw A.: ‘Ehm. Op woensdagochtend denk ik, voor ik de kleinkinderen ophaal.’
Zorgverlener: ‘Heel goed. Dan schrijf ik op dat u de komende weken op woensdagochtend en zondagochtend gaat wandelen. En verder gaat u maar één keer per week taart eten en geen chocolaatjes. En daarvoor gaat u ook nog eens met uw man praten, dat hij meedenkt over uw gezondheid en geen snoep meer voor u koopt. Goed zo?’
Mevrouw A.: ‘Ja, goed.’
(afronding gesprek)

B. Een voorbeeld van een coachend gesprek over leefstijl

Mevrouw A. komt binnen voor een vervolggesprek.

Zorgverlener: ‘Goedemorgen, fijn om u weer te zien. We hebben weer een half uur om samen te werken aan uw doel om fit te blijven zodat u nog heel lang kunt genieten van uw kleinkinderen. Is dat nog steeds uw doel, klopt het nog?’
Mevrouw A.: ‘Jazeker! dat zeg je goed.’
Zorgverlener: ‘U weet al wat ik ga vragen hè? Waar bent u blij mee, of trots op, als u bedenkt hoe u de afgelopen twee weken bezig bent geweest met uw doel?’
Mevrouw A.: ‘Ja, ik dacht al dat je dat weer zou vragen. Waar ik trots op ben, is dat er heel veel verjaardagen waren de afgelopen weken en dat ik steeds een heel klein stukje taart heb genomen. Normaal zou ik zelfs wel een tweede stuk nemen en nu heb ik gewoon heel goed geproefd.’
Zorgverlener: ‘Oh, wat goed zeg! En wat vond u daar zo fijn aan?’
Mevrouw A.: ‘Nou, ik merkte soms dat ik de taart heel lekker vond en soms dat hij tegenviel. En toen bedacht ik: dat is ook een gek idee, dat ik vroeger twee stukken taart had gegeten die ik niet eens echt lekker vond. Nu geniet ik meer en ik weet dat ik ook beter met mijn lichaam omga, vanwege mijn diabetes enzo.’
Zorgverlener: ‘Dat lijkt me een fijn gevoel. Hoe kwam het nou, dat het zo goed lukte om een klein stukje taart te nemen en goed te proeven?’
Mevrouw A: ‘Ik denk dat het komt omdat ik van tevoren bedacht: er komt nu taart. Wel even opletten hè, en niet zomaar wat in mijn mond stoppen!’
Zorgverlener: ‘Dat is mooi, zo bewust kiezen. Hoe komt het dat dat nu veel beter lukt dan eerst?’
Mevrouw A. ‘Ik denk dat ik een soort besluit heb genomen. Ik kan wel zeggen dat ik geniet van taart, maar ik geniet nog veel meer van mijn kleinkinderen. En bovendien geniet ik nu ook, dus ik hoef helemaal niet zoveel op te offeren.’
Zorgverlener: ‘Kijk, dat is goed om te weten. Als u een besluit neemt, helpt dat dus. En ook dat u zorgt dat u echt blijft genieten, terwijl u gezondere keuzes maakt?’
Mevrouw A.: ‘Ja, zeker. Ik ben wel echt een levensgenieter.’
Zorgverlener: ‘Heel goed. Als u nu denkt aan dat besluit dat uw kleinkinderen zo belangrijk zijn en dat u gezond wilt blijven, is er dan iets wat u verder wilt verbeteren aan uw gewoontes, waar u vandaag over wilt praten?’
Mevrouw A.: ‘Ik denk dat ik nog steeds teveel koekjes en chocolaatjes eet. Mijn man brengt ook vaak snoep voor me mee.’
Zorgverlener: ‘Oké’ (wacht af)
Mevrouw A.: ‘Ik vind het lastig om tegen hem te zeggen dat ik liever geen snoep en koek in huis heb. Hij wil me graag verwennen.’
Zorgverlener: ‘U wilt hem niet afwijzen.’
Mevrouw A.: ‘Nee. En ik vind een leven zonder koek en snoep ook wel saai.’
Zorgverlener: ‘Dus u wilt graag een leuke dag hebben en u wilt dat uw man aardige dingen voor u kan doen, waar u allebei blij mee bent.’
Mevrouw A.: ‘Ja, precies!’
Zorgverlener: ‘Heeft u de laatste tijd een keer een leuke dag gehad zonder dat u snoep of koek at?’
Mevrouw A.: Even denken… ja, ik ben zondag met mijn man een stuk gaan fietsen en toen hebben we daarna ergens een broodje gegeten. Dat was heel gezellig.’
Zorgverlener: ‘U vond de gezelligheid leuk. En wat was er nog meer zo fijn aan?’
Mevrouw A.: ‘Dat we lekker buiten waren. En ook weer eens samen een lang gesprek hadden.’
Zorgverlener: ‘Dus als uw man u wil verwennen, kan hij met u even lekker naar buiten gaan en bijpraten.’
Mevrouw A.: ‘Ja, zeker.’
Zorgverlener: ‘Dat klinkt goed. Wat zou u hiermee willen doen?’
Mevrouw A.: ‘Ik zou dat wel aan mijn man willen vertellen, dat ik dat vaker wil doen en dat ik dat nòg fijner vind dan chocola krijgen.’
Zorgverlener: ‘Prima! En is er nu nog iets wat u van mij nodig heeft in dit gesprek?’
Mevrouw A.: ‘Nee, ik ga dit doen. Heel fijn.’
(afronding gesprek)

In welke versie van het gesprek herken je jezelf het meest?

Is het versie A en wil je leren hoe je effectief kunt coachen op leefstijl, dan zou je eens kunnen kijken naar:

Wij vinden niets leuker dan met jou hieraan werken. 😉

Geplaatst op Geef een reactie

Een vitaliteitscontract, dat kan echt niet (??)

Binnen de Federatie voor Gezondheid wordt al heel lang gepuzzeld op het concept ‘vitaliteitscontract’. Het idee daarvan is dat er een ‘deal’ ontstaat waar drie groepen voor willen tekenen: 1. mensen oftewel consumenten/burgers/patiënten, 2. dienstverleners op het gebied van vitaliteit en gezondheid én 3. partijen die belang hebben bij vitale mensen (zoals een werkgever, een gemeente en/of een zorgverzekeraar). In die deal worden rechten en plichten beschreven die ervoor zorgen dat deelnemende mensen vitaal kunnen worden en blijven.

Bij mijn weten bestaat dit nog nergens echt. Wel ‘halve’ initiatieven, bijvoorbeeld een platform waar gezondheidsaanbod als abonnement wordt aangeboden of werkgevers die vitaliteitsinterventies (laten) aanbieden. Maar dat aanbod wordt dan niet omarmd door de mensen voor wie het bedoeld is. De echte voorbeelden gaan er heus komen, alleen zijn de wielen nog wat vierkant en proberen we ze steeds verder rond te schaven.

Wat ik interessant vind, is dat er vaak meteen discussie ontstaat over het woord ‘vitaliteitscontract’. Aan dat woord ben ik niet gehecht, maar de reden dat het discussie oproept vraagt onze aandacht: mensen en organisaties willen het woord niet gebruiken, want ‘contract’ wekt de indruk dat mensen zich ergens op vastleggen en dat zou teveel afschrikken.

Laat het nu net de bedoeling zijn dat mensen zich willen vastleggen. Het idee is dat je een contract aanbiedt dat alle partijen dolgraag willen tekenen. Omdat er alleen maar iets te winnen valt en niets te verliezen. Bij een arbeidscontract doe je dat ook: de werkgever wil arbeidskracht en de werknemer wil werkvreugde en inkomsten. Dus teken je een contract.

Zoiets kan ook op het gebied van vitaliteit als we leren wat mensen zoeken en wat ze willen investeren. En als de investeerders en interventieaanbieders zich daadwerkelijk committeren op resultaten, kwaliteit en duurzame samenwerkingen aangaan. Als het contract gaat over de juiste zaken en op de juiste manier is ingericht, waarom zou je dan niet tekenen? Sterker nog: je zou gek zijn als je niet tekent. Dat is de bedoeling. We puzzelen er mooi aan verder.

Geplaatst op Geef een reactie

Aan de slag met leefstijlcoaching

Ik krijg (heel) vaak vragen van mensen die iets met leefstijlcoaching willen gaan doen, of meer met leefstijlcoaching willen gaan doen. Geldt dat ook voor jou? Dan hoop ik je in dit artikel wat op weg te helpen.

Allereerst: wat is leefstijlcoaching?

Daar zijn veel invullingen voor. De mijne is: je ondersteunt mensen om in hun dagelijks leven betere keuzes te maken. Keuzes waarbij ze zich vandaag en in de toekomst goed voelen (in alle opzichten). Beide elementen zijn belangrijk voor de leefstijlcoach: het gaat om het dagelijks leven (dus niet om keuzes op keerpunten, bijvoorbeeld hoe ga ik verder met mijn partner of met mijn loopbaan). En het gaat om goede keuzes maken. Daarvoor doe je globaal gezien twee dingen als leefstijlcoach:

  • Je helpt iemand om scherp te krijgen wat er voor hem/haar nu echt belangrijk is. Wat maakt of breekt je dag? Wat zijn cruciale zaken als je gelukkig wilt zijn?
  • Je helpt om dagelijkse keuzes daarop af te stemmen en vervolgens om geduldig te gaan trainen tot er goede gewoontes ontstaan. Gewoontes waar de ander steeds op terug kan vallen en die uiteindelijk relatief weinig moeite kosten omdat het automatismen zijn geworden (maar wel heel veel opleveren).

Terreinen waar de leefstijlcoach zich met iemand op kan richten zijn bijvoorbeeld dagindeling, balans tussen inspanning en ontspanning of geest en lichaam, goede voeding, bewegen, stresshantering, gebruik van stimulerende en dempende middelen en slaap. Geen van die onderwerpen staat centraal in de coaching. Het doel van de klant staat centraal in de coaching. Een leefstijlcoach streeft ernaar dat de klant steeds meer vertrouwen krijgt dat hij (zelf) naar zijn doel toe kan werken, door de regie over zijn dag en zijn leven te nemen.

Iemand die beweegactiviteiten met mensen uitvoert en ook af en toe voedingsadvies geeft, is in mijn ogen geen leefstijlcoach. Iemand die medische problemen bespreekt met een patiënt en adviseert om gezonder te gaan eten of meer te bewegen, is geen leefstijlcoach. Daarmee wil ik niet zeggen dat deze mensen iets verkeerd doen. Ze hebben alleen een ander vak dan leefstijlcoach. En uiteraard zijn er mensen die elementen van leefstijlcoaching gebruiken in een ander beroep. Ook dat is prima. Het gaat mij hier alleen om het duiden van het vak van leefstijlcoach.

Hoe word je leefstijlcoach?

Eenvoudig gezegd: door heel goed te worden in coachen en zo deskundig mogelijk te worden in alle onderwerpen die vaak van belang zijn in het dagelijks leven van je klanten. Ik heb er hierboven een aantal genoemd. Afhankelijk van de groep(en) mensen waar je mee werkt, kunnen specifieke onderwerpen belangrijk zijn, bijvoorbeeld omgaan met geld, de overgang bij vrouwen, werken in ploegendiensten of blowen. Het kan daarom goed zijn om te focussen op bepaalde doelgroepen. Maar je begint met een basis: de dingen die ieder mens in goede banen moet leiden.

Je zou kunnen bediscussiëren of je als leefstijlcoach bij het zien van een eetdagboek moet kunnen inschatten of iemand alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgt. Of moet weten welke soorten beweging/sport geschikt zijn voor het behalen van de doelen van een cliënt. Ik denk zelf van wel. Als je geen wetenschappelijk onderbouwde vakkennis bent, ben je een generieke coach. Wie zijn leefgewoontes wil bijsturen, heeft baat bij een leefstijlcoach. Zoals iemand met loopbaanvraagstukken baat heeft bij een loopbaancoach, en iemand met relatieproblemen bij een relatiecoach.

Let ook nog even op die woorden ‘wetenschappelijk onderbouwd’. Als je alleen adviezen kunt herhalen die je ergens hebt gelezen of gehoord en die jou aanspraken (of die logisch klonken), heeft je input voor je cliënt dezelfde kwaliteit als die van een buurvrouw of collega. Je moet bij een artikel of statement kunnen doorgronden waar het op gebaseerd is en of dat wel klopt. Verder moet je altijd bereid zijn om huidige inzichten te laten weerleggen of aanscherpen. Dat is het hoofddoel van wetenschappelijk bezig zijn: meer willen weten en dus open luisteren en kijken.

Ben je al leefstijlcoach en wil je je aansluiten bij het platform van Ster-leefstijlcoaches, waar Visiom altijd mee werkt? Lees dan hier verder.

Certificering

Voor het register van leefstijlcoaches op hbo-niveau verwijs ik naar Beroepsvereniging Leefstijlcoaches Nederland (BLCN). Ik ben daar niet geheel objectief, want ik zat in het oprichtingsbestuur. De reden van de oprichting van de BLCN was echter, dat er geen beroepsprofiel bestond voor de leefstijlcoach en dat er geen criteria waren om vast te stellen wie er aan kwaliteitseisen voldeed. De BLCN heeft dat opgezet en daar kunnen goede leefstijlcoaches (met hbo-achtergrond) nu van profiteren.

Op de website van de BLCN kun je zien waar je aan moet voldoen om lid te kunnen worden. Grof gezegd heb je een hbo-diploma nodig en moet je vervolgens je deskundigheid op leefstijl én coaching aantonen. Hetzij door een geaccrediteerde opleiding tot leefstijlcoach af te ronden, hetzij door een individuele accreditatie te doorlopen. Wie al veel kennis in huis heeft maar op een bepaalde discipline aanvulling nodig heeft (coaching, voeding, bewegen/sport of slaap/ontspanning), kan bij Visiom gericht een leergang doen op het thema van zijn keuze in de voorbereiding op individuele accreditatie. Heb je vooral op één of twee gebieden kennis en mis je de rest, dan is een volledige opleiding leefstijlcoach waarschijnlijk de beste keuze. Visiom heeft een betrokkenheid bij twee opleidingen tot leefstijlcoach, waarvoor het accreditatieproces nu loopt:

In het register staan kan je een steviger gevoel geven, bijvoorbeeld als iemand zegt dat ‘de term leefstijlcoach door iedereen gebruikt kan worden’. Het helpt je om op niveau te blijven. En het zorgt ervoor dat je aan de eisen voldoet als een instantie (bijvoorbeeld een zorgverzekeraar, werkgever) erom vraagt.

Kun je ook iets anders worden?

Zeker! Ben je arts en wil je mensen leefstijlverbeteringen aandragen die helpen om minder last te hebben van hun aandoeningen, word dan leefstijlarts. Ben je bevlogen over voeding, word dan voedings- en gewichtsconsulent. Die opleiding gaat verder in op voeding en je mag je daarna helemaal uitleven op eetdagboeken uitpluizen en voedingsplannen schrijven. Ben je bevlogen over sport en bewegen, word dan personal trainer of sportinstructeur. Dan kun je mensen dagelijks laten voelen hoe het bewegen ze goed doet. Ben je gegrepen door mindfulness, word mindfulnesstrainer. Dan kan je je deelnemers de technieken om aandacht te trainen, tot in de puntjes bijbrengen. Enzovoort.
Wat ik hiermee wil zeggen, is dat als je een missie hebt om iedereen te vertellen over je waardevolle inzichten over een bepaald onderwerp, doe dat dan. Je hoeft geen leefstijlcoach te worden om zinvol, bevlogen en succesvol bezig te zijn.

Tot slot

Wil je eigenlijk geen leefstijlcoach worden, maar gewoon je eigen balans vinden in het dagelijks leven? Maak een afspraak met een goede leefstijlcoach. Misschien denk je dat het een teken is dat je dingen niet onder controle hebt, maar het tegenovergestelde is waar: je hebt opgemerkt dat je je beter wilt voelen dan het nu is en gaat daar wat aan doen. Je pakt dus de controle terug. Ook goed om te beseffen: de meeste mensen zijn uit balans, omdat we teveel prikkels op ons af krijgen en daar niet op ingericht zijn. Veel mensen doen daar niets aan en worstelen zich door hun dag heen. Jij kiest er met het opzoeken van een leefstijlcoach voor om te zorgen dat je de dingen kunt doen die je wilt doen en dat je de persoon kunt zijn die je wilt zijn. Daarmee ben je een koploper en een voorbeeld.

Geplaatst op Geef een reactie

De overgang als nieuwe start

Ben jij al in de overgang? En, bevalt het? Wie aan de overgang denkt, associeert dit meestal direct met opvliegers, hormoonschommelingen, aankomen en slechter slapen. Niet met een nieuwe start, die je ook mooie dingen kan brengen. Daarover zo meer. Laten we eerst kijken naar de feiten.

De feiten

De menopauze is letterlijk het einde van je menstruatiecycli. Op welk moment hij zich aandient, kun je pas achteraf vaststellen – als je menstruatie een jaar is uitgebleven. De overgang is de periode rond de menopauze en kan 2 tot 12 jaar duren. Soms maak je een ‘piek’ aan klachten mee, die ongeveer 6 maanden duurt. In die periode komt er een einde aan de voorraad eicellen waarmee je als vrouw geboren bent. De hormoonhuishouding rondom de cyclus begint te haperen, de productie van oestrogeen neemt langzaam af en de vruchtbare periode stopt. Vrouwen zijn gemiddeld 51 jaar wanneer hun menopauze begint. Ze zijn dan 400 à 500 keer ongesteld geweest.

Iedereen is anders

De overgang geeft allerlei lichamelijke klachten, en verandert de stofwisseling en lichaamsbouw. Hoeveel last je daarvan hebt, is voor iedereen anders. Ook erfelijkheid speelt een rol; hoe je moeder door de overgang ging, voorspelt deels hoe jij de overgang gaat doormaken. Gelukkig kun je zelf veel doen om je klachten te verminderen en de lichamelijke gevolgen van de overgang te beperken. Door goede keuzes te maken op het gebied van voeding, door voldoende te bewegen en door genoeg te slapen en te ontspannen, help je jezelf om je fit en energiek te blijven voelen. Een gezonde leefstijl is altijd al van belang – maar in deze periode van je leven heb je er nog eens extra baat bij!

Mindset

Je mindset maakt veel verschil. Zie je de overgang als het einde van je jong voelen? Of kun je er ook met andere ogen naar kijken – het zien als een nieuwe start? Het goede nieuws hierbij: de natuur helpt je een handje. In de overgang vinden er niet alleen lichamelijke maar ook mentale veranderingen plaats. Door de verminderde oestrogeenproductie krijgen veel vrouwen in de overgang minder behoefte om te ‘zorgen’. In plaats daarvan krijgen vrouwen meer behoefte om ruimte te maken voor zichzelf. Ze ontdekken beter wat ze willen. Kortom, de overgang geeft je ook de kans om meer jezelf te worden, rustiger en wijzer. Dat helpt je om sterker en gelukkiger uit de overgang te komen!

Check je overgangsklachten:

  • Opvliegers, nachtzweten
  • Hartkloppingen
  • De menstruatie verandert: wordt heftiger of juist milder, of de frequentie verandert (NB: geboortebeperking in de vorm van de pil of een spiraaltje geeft geen natuurlijke menstruatiecyclus. Dat maakt het lastiger om overgangssignalen waar te nemen)
  • Urineverlies
  • Sneller geïrriteerd/emotioneel
  • Vergeetachtigheid, concentratieproblemen
  • Vermoeidheid, lusteloosheid
  • Droge slijmvliezen (vagina, ogen, etc.)
  • Pijn in spieren en gewrichten
  • Slaapproblemen

De eerste signalen van de overgang zijn meestal veranderingen in je gebruikelijke menstruatiepatroon. Maar ook opvliegers en nachtzweten laten je weten dat de overgang ingezet is. Herken je veel klachten uit het lijstje? Blijf rustig op het moment dat een klacht je overvalt, en besef: “Het gaat over”. Een gezonde leefstijl helpt je om je klachten te verminderen. Heb je echt veel last, ga dan naar de huisarts of een Care for Women-consulent. Je bent niet de enige!

Geplaatst op Geef een reactie

Als, dan, WANT

Er is bij leefstijlcoaching een nuttig hulpmiddel met een onmogelijke naam: de implementatie-intentie. Tip 1: gebruik dat woord niet. Als je het regelmatig gebruikt, ga je nog denken dat mensen snappen wat het is als je het zegt. 😉

Wat is het dan? Het is een zinnetje: “Als x gebeurt, doe ik y.”
Bijvoorbeeld: “Als ik lunchpauze heb op dinsdag, ga ik een blokje om lopen buiten.”
Of: “Als ik ‘s avonds zin in zoetigheid krijg, vraag ik me eerst af of ik misschien moe ben en dat het daar door komt.”

Het mooie hiervan is, dat je een concrete actie kiest en die koppelt aan een situatie. Voorheen deed je automatisch iets in die situatie, wat je eigenlijk niet wilt doen. Nu kies je om wat anders te doen en dat ga je oefenen.

Ik zou een kleine verbetering willen aanbrengen in het als-dan zinnetje. Een aanvulling eigenlijk: “want…”. Je nieuwe gedrag zal de eerste tijd namelijk moeite kosten. Het is nog geen gewoonte en je moet je oude gewoonte ermee overwinnen. Dan helpt het enorm als je weet waarvoor je het doet. Daar kan je jezelf aan herinneren:
“Als ik lunchpauze heb op dinsdag, ga ik een blokje om lopen buiten, want ik vind het fijn om fris de middag in te gaan.” Of misschien zit het wel zo: “Als ik lunchpauze heb op dinsdag, ga ik een blokje om lopen buiten, want ik wil fit zijn voor onze wandelvakantie.” Of nog iets heel anders.

Weet je niet goed wat je reden is? Dan kan je daar beter eerst over nadenken. Zonder stevige motivatie lukt het vaak niet om een nieuwe gewoonte te trainen. En afspraken met jezelf maken, waar je je niet aan houdt, kost je vertrouwen in jezelf – terwijl je dat nu juist wilt vergroten.

Geplaatst op Geef een reactie

In gesprek gaan over leefstijl

Stel dat je met iemand in gesprek wil gaan over zijn leefstijl. Bijvoorbeeld omdat het past bij je rol (als leidinggevende, POH’er, arts, verpleegkundige, leerkracht, wmo-consulent…). Hoe doe je dat dan? Liefst op zo’n manier dat de ander niet het gevoel krijgt dat je je met hem ‘bemoeit’, maar juist energie ervan krijgt?

Hier volgt een gespreksstructuur van Visiom met drie eenvoudige vragen:

  1. Wanneer voelde je je goed, de laatste tijd?
  2. Hoe kwam dat?
  3. Hoe zou je kunnen zorgen dat je je vaker zo goed voelt?

Deze opzet heeft verschillende gedragstheorieën en technieken als onderbouwing, waaronder de positieve psychologie, motivational interviewing en resultaatgericht coachen.

Is het echt zo simpel? Ja en nee. Ja, omdat je door het gebruiken van deze opbouw oneindig veel meer bereikt dan met ‘je moet echt meer…, want…’.

Nee, omdat je gesprekspartner geen voorgeprogrammeerde antwoorden geeft en dus een reactie kan geven die niet ‘in het stramien past’. Bijvoorbeeld:
“Wanneer voelde je je goed, de laatste tijd?” “Hoezo?”
“Wanneer voelde je je goed, de laatste tijd?” “Nooit.”
“Hoe kwam dat?” “Geen idee.”
“Hoe zou je kunnen zorgen dat je je vaker zo goed voelt?” “Ja, dan moet eerst mijn blessure weg zijn / mijn moeder weer beter zijn / mijn relatie weer hersteld zijn / mijn baas normaal doen / etc.”

Vandaar dat een goede leefstijlcoach inschakelen soms zinvol is. En dat we binnen de Visiom Academie trainingen Samen Focussen op Leefstijl geven.
Maar de basis van een goed gesprek over dagelijkse gewoontes en lekker in je vel zitten, bestaat uit deze vragen. En iedereen kan daar zijn voordeel mee doen. Hoe meer je oefent, hoe leuker en beter de gesprekken worden.

Geplaatst op Geef een reactie

Duurzame inzetbaarheidsuren in het onderwijs – hoe gebruik je ze slim?

duurzame inzetbaarheidsuren coachingOnze huidige maatschappij vol prikkels vraagt veel van mensen. Mensen die in het onderwijs werken, ervaren dat vaak nog meer dan gemiddeld. Je moet er écht zijn voor de leerlingen (steeds grotere groepen, en met steeds meer diverse behoeftes), de regeldruk wordt er niet minder op en uiteraard wil het team ook dat je deelneemt aan alles wat er geïnitieerd wordt. Dat vergt nogal wat van je. Het is niet voor niets dat het ziekteverzuim in het onderwijs hoger is dan in andere sectoren. Maar ook als je (nog) niet ziek bent, kan een te hoge werkdruk je leven een stuk minder aangenaam maken. Vermoeidheid, hoofdpijn, somberheid, prikkelbaarheid… Het is de moeite waard om dat te voorkómen.

Ter ondersteuning is er in het onderwijs de regeling duurzame inzetbaarheid. Er is een basisbudget van 40 uren per jaar, die je mag inzetten voor activiteiten die je helpen gezond aan het werk te blijven tot je de AOW leeftijd bereikt. Denk bijvoorbeeld aan studietijd, coaching of een stage. Voor startende leraren en leerkrachten vanaf 57 jaar gelden aanvullende uren. Antwoorden op veelgestelde vragen vind je hier.

Je spreekt voorafgaand aan het schooljaar met je leidinggevende af hoe je je duurzame inzetbaarheidsuren (DIU) inzet. Na afloop van het schooljaar leg je er ook weer verantwoording over af. De een vindt het gemakkelijker om een goede besteding van de uren te bedenken, dan de ander. Hoe zorg je dat deze tijd echt bijdraagt aan je geestelijke en lichamelijke veerkracht? Dat je er energie van krijgt, waar je even mee vooruit kan? Hier volgen tips en voorbeelden.

Mensen worden rustig van buiten zijn, liefst in de natuur.
Veel in een lokaal gezeten of gestaan? Dan kan buiten bewegen voor herstel zorgen. Als je dit gericht en structureel inzet, werk je aan je inzetbaarheid.

Een ander overziet beter wat er gebeurt, dan jij zelf.
Met behulp van een goede coach heb je sneller zicht op wat er bij jou speelt en je krijgt een stok achter de deur om dingen te verbeteren. Ook een goed gekozen collega zou zo’n rol kunnen vervullen, gesteld dat je onderling goede afspraken maakt over verwachtingen en aanpak. Plan je een traject met coach, dan is dat een prima invulling van DIU.

Je ontwikkelen verloopt sneller en beter, als je uitgaat van je kracht en je talenten.
Kies dus voor scholing, coaching of activiteiten waar je je eigen sterke punten voelt en leert kennen. Niet voor iets wat ‘moet’ omdat je ‘tekortschiet’. Als iets niet goed gaat, moet je dat uiteraard niet negeren. Maar de oplossing zit in wat je kan, niet in je zwaktes. Een scholing die verplicht voelt en waar je tegenop ziet, is vaak niet een bron van energie. Eentje waarbij je alles uit jezelf kan halen en tot bloei komt, wél.

Mensen krijgen energie van iets nieuws leren.
Dat je het beste kan uitgaan van je eigen kracht, wil niet zeggen dat je je hele leven hetzelfde trucje moet blijven herhalen. Je vermogens zijn veelzijdiger en diepgaander dan je in je dagelijks leven merkt. Wat heb je altijd willen doen of kunnen? Binnen je DIU kan je je daar in storten.

Mensen hebben af en toe een pas op de plaats nodig.
Ben je daar niet zo goed in, even tot jezelf komen ‘in het niets’? Kijk eens of je het gericht kan oefenen. Ook een cursus mindfulness of je verdiepen in meditatie- of yogatechnieken kan een invulling geven van je DIU.

Mensen worden gelukkig van echt contact met anderen.
Hoe vaak praat je met iemand over jezelf, of over de ander? Maar dan echt, dus niet een standaard praatje of een gesprek over de inhoud van werk of bezigheden? Als dat er zelden van komt, kan het goed zijn om er ruimte voor te vinden. Dit kan een invulling zijn van DIU, gesteld dat je goed onderbouwt wat je wilt doen, hoe en waarom.

En dan nog een algemeen principe over ontspanning dat je kan helpen:
Mensen herstellen als ze overschakelen naar een ander soort activiteit.

Wil je bijkomen van je werk, kies dan niet voor meer-van-hetzelfde (weer met kinderen of andere mensen bezig zijn of weer achter een beeldscherm, terwijl je dat de hele dag al hebt gedaan) maar juist voor iets anders. Lopen in plaats van zitten, muziek luisteren in plaats van nadenken, een boek lezen in plaats van voor iedereen zorgen, enzovoort.
Je hoeft niet te ‘niksen’ om te herstellen, als je maar echt iets anders doet. Maak hier vooral gebruik van bij het invullen van je pauzes en je vrije tijd.

De basisprincipes die je terugziet in deze tips: vind je kracht en je energie in je DIU en zorg dat ze je herstel bieden, ook structureel.

We hopen dat we nog lang plezier mogen hebben van jouw bijdrage aan de ontwikkeling van mensen. En dat je er zelf ook nog lang plezier in mag houden. Wil je contact met een van onze coaches om je work-life skills te versterken? Je vindt de coaches van Visiom hier.